• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hoge Raad verbiedt gebruik afroommethode

4 mei 2021 door Michel Halters

salaris-wkh

Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 bepaalt de hoogte van het gebruikelijke loon van een dga. Vanaf 2004 is in de rechtspraak de afroommethode tot ontwikkeling gekomen voor het bepalen van het gebruikelijk loon. De Hoge Raad heeft in 2020 weer een oordeel geven over de afroommethode.

De Hoge Raad heeft op 17 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8666, de afroommethode voorgeschreven voor het bepalen van het gebruikelijke salaris. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat in het geval waarin de opbrengsten van de bv (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de directeur verrichte arbeid, het ook mogelijk is het gebruikelijke loon van de dga af te leiden van de opbrengsten van de bv en de kosten van de bv. Dit lijkt erop dat er een keuzemogelijkheid is. Dat is echter niet zo.

Vergelijkingssystematiek

De Hoge Raad heeft op 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1269, een arrest gewezen over toepassing van de afroommethode en vergelijkingsmethode. Zie over dit arrest ook: HR: vergelijkbaar loon beschikbaar, dan geen afroommethode. Volgens de Hoge Raad volgt uit de wettelijke regeling van artikel 12a, Wet LB 1964 juist dat deze regeling op een vergelijkingssystematiek is gebaseerd. Als dus een loon beschikbaar is van een werknemer met soortgelijke werkzaamheden (sinds 2015: de meest vergelijkbare dienstbetrekking) als die van de dga in kwestie, kan toepassing van de afroommethode niet meer aan de orde zijn. Daarmee lijkt de Hoge Raad terug te komen op zijn arrest van 17 september 2004, waarin hij aangeeft dat er een keuze is tussen de vergelijkingsmethode en de afroommethode.

Recente rechtspraak over afroommethode

In de uitspraken van Hof Den Haag van 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2748 en ECLI:NL:GHDHA:2019:2749 legt het hof uit wanneer men de afroommethode kan gebruiken voor het vaststellen van het gebruikelijk loon van de dga. De afroommethode kan worden gebruikt als de opbrengsten van een bv voornamelijk voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid. Indien de arbeid van de directeur wordt verricht in een samenwerkingsverband en de opbrengsten van de bv bestaan uit een aandeel in het samenwerkingsverband, dan geldt de afroommethode niet. Er is dan geen sprake van omzet van de bv die geheel voortvloeit uit de arbeid van de dga. In beide uitspraken gaat het om dezelfde casus en komt het hof tot het oordeel dat de afroommethode niet kan worden toegepast. De Hoge Raad, 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:457, verwerpt het ingestelde cassatieverzoek tegen de uitspraak van Hof Den Haag 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2749, zonder nadere motivering.

Conclusie

Als de Belastingdienst de afroommethode wil toepassen op het loon van een dga tot 1 januari 2015, dan moet het resultaat van de bv van de dga voornamelijk voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid. Sinds 2015 heeft de wetgever het begrip ‘soortgelijke werkzaamheden’ in artikel 12a Wet LB 1964 veranderd in ‘de meest vergelijkbare dienstbetrekking’. In tegenstelling tot de situatie tot 1 januari 2015 is er altijd wel een ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’ voor een dga te vinden. Om die reden zal de Belastingdienst voor het bepalen van het gebruikelijk loon naar verwachting de afroommethode steeds minder kunnen toepassen.

Wet: artikel 12a, Wet LB 1964 (tekst 31 december 2015) en art. 12a Wet LB 1964 (huidige tekst)

Bron: Gerechtshof Den Haag 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2748, Gerechtshof Den Haag 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2749 en Hoge Raad 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:457.

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Loonbelasting, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Nederlands herstelplan coronafonds aan volgend kabinet
Volgende artikel
Belang van € 28 levert € 3.500 aan schadevergoeding op

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

onzakelijke lening

Winstuitdeling dga, maar pensioen niet belast als loon

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een geldverstrekking door een bv aan haar dga een winstuitdeling vormt omdat een terugbetalingsverplichting ontbreekt. De rechtbank beslist echter dat de inspecteur de pensioenaanspraak ten onrechte als loon uit vroegere dienstbetrekking heeft belast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

Deelnemersboete € 167.500 vernietigd: dga mocht vertrouwen op belastingadviseur

Rechtbank Gelderland vernietigt een deelnemersboete van € 167.500, omdat de dga mocht vertrouwen op een gerenommeerd belastingadvieskantoor. De inspecteur bewijst niet dat sprake is van opzet bij feitelijk leidinggeven, medeplegen of medeplichtigheid.

dga-salaris

Dga kan managementvergoeding niet verlagen voor stamrechtheffing

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat managementvergoedingen die een dga in 2018 en 2019 ontvangt, terecht als loon zijn belast. Een latere verlaging in verband met stamrechtuitkeringen leidt hooguit tot negatief loon in het jaar van wijziging en tast het genietingsmoment niet aan.

ontslagvergoeding

Kwijtschelding rc-schuld leidt tot regulier ab-voordeel box 2

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de kwijtschelding van een rekening-courantschuld aan de holding een verkapt dividend vormt. De inspecteur heeft terecht de helft van de kwijtgescholden schuld als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in box 2 belast.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Verdiepingscursus DGA-advisering

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

AGENDA

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×