De fiscale wet- en regelgeving staat het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer niet direct in de weg. Het kabinet onderzoekt hoe het keuzeaanbod van bestaande fiscale regelingen en het daadwerkelijke gebruik van fiets en ov beter op elkaar kunnen aansluiten.
De belangrijkste stimulans voor fiets- en ov-gebruik in het woon-werkverkeer is volgens beschikbare onderzoeken dat werkgevers een vergoeding aanbieden voor de aanschaf en het gebruik van de fiets en het ov. Het effect wordt sterker wanneer hier voorwaarden aan worden verbonden. Verdere stimulering door verhoging van de bedragen lijkt een kleiner positief effect te hebben. Tegelijkertijd blijken praktische belemmeringen, zoals comfort, afstand, het weer, voorzieningen, onveilige routes, verbindingen en overstap- en wachttijden, voor werknemers over het algemeen belangrijker dan financiële voordelen.
Fiets fiscaal sterk gestimuleerd
Werkgevers hebben verschillende mogelijkheden om fietsgebruik te stimuleren. Zij kunnen bijvoorbeeld een belastingvoordeel bieden voor de aanschaf van een fiets via de werkkostenregeling, een renteloze lening verstrekken of een leasefiets ter beschikking stellen. Ook kan voor een fiets in privé-eigendom een onbelaste reiskostenvergoeding worden verstrekt.
Met een mogelijke forfaitaire vergoeding van € 0,25 per kilometer en de lage gebruikskosten is de fiets volgens de staatssecretarissen puur fiscaal de meest gestimuleerde modaliteit. Voor het ov geldt dat alle gemaakte reiskosten onbelast kunnen worden vergoed. Ook privégebruik van het ov binnen een abonnement of mobiliteitskaart kan onbelast worden vergoed.
Aanbod en gebruik sluiten niet altijd aan
Veel werkgevers bieden al meerdere fiscale regelingen voor fiets en ov aan, maar het daadwerkelijke gebruik blijft achter. Mogelijk bestaat er een mismatch tussen de kwaliteit van en kennis over het aanbod en het gebruik. Ook zijn er grote verschillen tussen werkgevers. Kleine werkgevers bieden gemiddeld minder mogelijkheden en zijn meer op de auto georiënteerd.
Het kabinet concludeert dat fiscale mogelijkheden in de praktijk sterker worden gebruikt voor de auto en in mindere mate voor het ov, de fiets en andere modaliteiten. Daarom wordt in beeld gebracht hoe het keuzeaanbod van bestaande fiscale regelingen kan worden verbeterd, vooral bij kleine werkgevers en sectoren met een lage loonsom. Ook wordt onderzocht hoe de mogelijke mismatch tussen het aanbod door werkgevers en het uiteindelijke gebruik door werknemers kan worden verkleind. Deze inzichten worden medio 2027 met de Kamer gedeeld.





Geef een reactie