• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Fiscus hanteert verkeerde berekening KIA bij maatschap

26 februari 2018 door Remco Latour

Onlangs heeft Hof Den Bosch geoordeeld hoe men de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) moet berekenen als sprake is van investeringen door zowel het samenwerkingsverband als door een ondernemer met buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. De Belastingdienst had in dit geval de KIA op een te laag bedrag berekend.

Toegestane investeringen

Binnen de sfeer van zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting kunnen ondernemers onder voorwaarden de KIA toepassen. De voornaamste voorwaarde is dat het totaalbedrag aan investeringen niet te hoog of te laag is. Daarnaast moeten ondernemers rekening houden met het feit dat sommige investeringen zijn uitgesloten van investeringsaftrek. Investeringen die specifiek zijn uitgesloten van de KIA zijn:

  • bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om (in)direct voor 70% of meer ter beschikking te worden gesteld aan derden; en
  • bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag onder de € 450 blijft. Overigens is dit bedrag lager dan het minimuminvesteringsbedrag voor de milieu- en energie-investeringsaftrek à € 2.500 (bedragen 2018).

 

Berekening van de KIA

Tot 1 januari 2010 was de KIA te berekenen door het totale bedrag aan investeringen te vermenigvuldigen met een percentage. Dit percentage was lager naarmate het totaalbedrag aan investeringen in het jaar hoger was. Sinds 1 januari 2010 is de berekeningswijze van de KIA gewijzigd. Men moet nog steeds kijken naar het totaalbedrag, maar de aftrek is niet altijd te berekenen met een percentage. In 2018 bedraagt de KIA:

  • nihil als het totaalbedrag van de investeringen niet meer is dan € 2.300 of minstens gelijk is aan € 314.673;
  • 28% van de totale kwalificerende investeringen als deze investeringen op jaarbasis liggen tussen de € 2.300 en € 56.642;
  • € 15.863 bij investeringen op jaarbasis tussen € 56.642 en € 104.891; en
  • € 15.863 verminderd met 7,56% van het investeringsbedrag dat de € 104.891 overschrijdt als het totaalbedrag van de investeringen ligt tussen de € 104.891 en de € 314.673.

 

KIA binnen samenwerkingsverbanden

Voor samenwerkingsverbanden geldt dat men de KIA berekent op basis van het totale investeringsbedrag binnen dat samenwerkingsverband. Heeft een ondernemer een investering gedaan in zijn buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen? Dan moet hij van de fiscus zijn aandeel in de KIA berekenen aan de hand van het bedrag aan investeringen via het samenwerkingsverband vermeerderd met de investering in zijn buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. Nadat de KIA is berekend, is vervolgens de verdeling van de KIA aan de orde. Uit een zaak voor Hof Den Bosch blijkt dat aan deze verdeling nog wat haken en ogen zitten.

 

Ontbreken rekenregel

Bij het wijzigen van de berekening van de KIA per 1 januari 2010 heeft de wetgever nagelaten een aangepaste rekenregel in te voeren voor situaties waarin zowel in vennootschappelijk als buitenvennootschappelijk vermogen wordt geïnvesteerd. Dit mag volgens het hof niet ertoe leiden dat een ondernemer een lagere KIA mag toepassen. Als het aandeel van de ondernemer met buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen in de investeringen al zou leiden tot de maximale KIA, mag de fiscus van het hof deze KIA niet verminderen.

 

Berekening door Belastingdienst

Wat was in de zaak voor het hof aan de hand? Een dierenarts vormde samen met vijf andere dierenartsen een maatschap. De investeringen van de maatschap zelf in 2013 bedroegen € 40.517. Daarnaast had de dierenarts € 56.515 geïnvesteerd in buitenvennootschappelijk vermogen. In 2013 gold voor investeringen in de bandbreedte € 55.248 – € 102.311 een KIA van € 15.470. De KIA was dus 15,94% van het totaal aan vennootschappelijke en buitenvennootschappelijke investeringen. Volgens de inspecteur kon de dierenarts een KIA toepassen van 15,94% over zijn aandeel in de totale investering à € 56.515 (namelijk € 56.515 + 1/6 x € 40.517). Dat leverde een KIA op van € 10.085.

 

Berekening volgens belanghebbende en hof

Maar het hof volgde de berekening van de dierenarts. Deze wees erop dat hij recht zou hebben gehad op een KIA van € 15.470 als de maatschap geen investeringen had gedaan. Hij vond dat hij nog steeds recht had op dat bedrag. De fiscus wierp tegen dat de berekeningswijze van de dierenarts ertoe zou leiden dat alle maten samen meer dan € 15.470 aan KIA zouden kunnen claimen. Echter dit was ook het geval volgens de berekening van de fiscus. De overige maten hadden namelijk gezien de investering door de maatschap van € 40.517 recht op een KIA van 1/6 x 28% x € 40.517 = € 1.891. En (5 x € 1.891) + € 10.085 (KIA dierenarts volgens fiscus) = € 19.540. Het hof oordeelde verder dat de rekenregel van de inspecteur in strijd was met het doel en strekking van de wet. De regel bij samenwerkingsverbanden moet voorkomen dat door zo’n samenwerkingsverband de leden samen meer aan KIA kunnen claimen dan een individuele ondernemer of B.V. De regeling is niet bedoeld om de KIA meer te beperken, aldus het hof.

 

Wet: artikelen 3.41 en 3.45, tweede lid Wet IB 2001, artikel 3.41 Wet IB 2001 op 1 januari 2013 en artikel 8, eerste lid Wet Vpb 1969

Meer informatie: Hof Den Bosch 30 november 2017 (gepubliceerd 12 januari 2018), ECLI:NL:GHSHE:2017:5282

Filed Under: Nieuws, Verdieping, Verdieping, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Ministerraad akkoord met fiscale beleidsagenda
Volgende artikel
Geven gelegenheid tot parkeren hoog of laag btw-tarief?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

faillissement

Verlies op oude lening aftrekbaar na liquidatie zuster-bv

Rechtbank Gelderland staat aftrek toe van het verlies op een oude lening aan een zustervennootschap. Verliezen op latere onzakelijke leningen verhogen het opgeofferde bedrag voor de liquidatieverliesregeling niet.

Wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 aangenomen door Tweede Kamer

Het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 is aangenomen door de Tweede Kamer.

btw en autohandel

Geen aftrek inkoopkosten door gebrekkige administratie

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inspecteur de winsten van drie bv’s redelijk heeft geschat aan de hand van de bijschrijvingen op hun bankrekeningen. De gestelde contante inkoopkosten zijn grotendeels niet aannemelijk gemaakt door het ontbreken van een betrouwbare administratie.

Correctie Loonheffingen

Te hoge rente op dga-lening niet herstelbaar via foutenleer

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een bv te veel in rekening gebrachte rente op een lening aan haar dga niet via de foutenleer kan corrigeren in het oudste openstaande jaar. Er is geen sprake van een balansfout maar hooguit van een onjuiste winstberekening, en ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

landbouwvrijstelling

Landbouwvrijstelling bij wisselteelt wordt niet verruimd

Het kabinet ziet geen aanleiding om de landbouwvrijstelling te verruimen voor melkveehouders die grond tijdelijk beschikbaar stellen voor wisselteelt. Het huidige beleidsbesluit geeft volgens het kabinet binnen de bestaande wetgeving en jurisprudentie een zo ruim mogelijke uitleg van het begrip vruchtwisseling. De landbouwvrijstelling is in beginsel niet van toepassing op grond die ter beschikking wordt... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×