• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen navordering meer over geërfd buitenlands vermogen

31 januari 2018 door Michel Halters

Volgens A-G IJzerman is navordering van erfbelasting vanwege in 1982 geërfd buitenlands vermogen in 2014 niet meer mogelijk. Ook niet als de erfgenamen dit vermogen in 2012 vrijwillig hebben aangegeven in het kader van de zogeheten inkeerregeling. Zou navordering wel mogelijk moeten zijn geweest, dan had de wetgever hiervoor expliciet moeten kiezen. Met een reactie van mr. Wouter Verstijnen.

Een weduwe heeft samen met haar kinderen in 1982 vermogen geërfd van haar overleden echtgenoot. Per brief van 1 februari 2012 deelde de echtgenote van de erflater vrijwillig mee dat het geërfde vermogen voor een aanzienlijk deel uit buitenlands vermogen bestond en dat dit vermogen niet was aangegeven in de aangifte successierecht (thans erfbelasting). Daarop stuurde de inspecteur aan de weduwe een navorderingsaanslag in het recht van successie. In geschil bij de Hoge Raad is of navordering van successierecht nog mogelijk is. Advocaat Generaal (A-G) IJzerman heeft conclusie genomen.

Vier fases

Voor beantwoording van die vraag maakt de A-G een onderscheid in vier wettelijke fases. De eerste fase is tot 31 december 1984. Navordering is mogelijk tot vijf jaar nadat de inspecteur van het buitenlandse vermogen op de hoogte was gekomen. De tweede fase betreft de periode vanaf 1 januari 1985. Navordering is mogelijk tot uiterlijk vijf jaar na inschrijving van de akte van overlijden. De derde fase is de periode vanaf 8 juni 1991. Vanaf deze periode geldt voor in het buitenland gehouden of opgekomen vermogensbestanddelen een navorderingstermijn van 12 jaar. De vierde fase is de periode vanaf 1 januari 2012. Sindsdien is voor in het buitenland gehouden of opgekomen vermogensbestanddelen een onbeperkte navorderingstermijn in de wet opgenomen. De A-G is van mening dat in het algemeen een nieuwe, voor de erfgenamen (gunstigere) wettelijke bepaling, zoals die per 8 juni 1991, onmiddellijk in werking treedt. Ook is de A-G van oordeel dat als de wetgever de regeling voor navordering uit de eerste fase ook onder de volgende fases had willen voortzetten, de wetgever dit expliciet in het overgangsrecht zou hebben opgenomen. Voorts is het een algemeen heersende leer in Nederland dat een onbeperkte navorderingsbevoegdheid in strijd komt met de rechtszekerheid. Voornoemde overwegingen moeten volgens de A-G een rol bij spelen bij het antwoord op de vraag of de Belastingdienst kan navorderen of niet. De A-G heeft de Hoge Raad geadviseerd het cassatieberoep van de staatssecretaris te verwerpen en te oordelen dat navordering niet meer mogelijk is.

 

Reactie mr. Wouter Verstijnen

Taxence vroeg Wouter Verstijnen, werkzaam bij Zantboer & Partners en docent aan de Erasmus School of Law om een reactie.

'Deze procedure gaat over de toepassing en uitleg van het overgangsrecht van vier opvolgende regelingen van de verjaringstermijn voor navordering van successierecht/erfbelasting.

Met ingang van 1 januari 2012 is in artikel 66 lid 3 SW bepaald dat de navorderingsbevoegdheid voor de erfbelasting ter zake van buitenlands vermogen niet langer vervalt. In zijn arrest van 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:, ECLI:NL:HR:2017:356, NTFR 2017/672, met commentaar Verstijnen, heeft de Hoge Raad over deze nieuwe regeling al geoordeeld dat de onbeperkte navorderingstermijn niet geldt voor gevallen waarin de voor 1 januari 2012 geldende navorderingstermijn van twaalf jaar op 1 januari 2012 reeds was verstreken. Het arrest van 3 maart 2017 betrof een overlijden op 29 december 1998. De Hoge Raad oordeelde dat de door de staatssecretaris bepleite terugwerkende kracht alleen aan de orde kan zijn als de wetgever expliciet ervan blijk heeft gegeven dat die werking wordt beoogd.

Het bijzondere in de onderhavige procedure is dat het overlijden heeft plaatsgevonden in 1982. In 1982 gold een eerdere regeling voor de navordering van successierecht/erfbelasting. Onder deze regeling was navordering mogelijk tot vijf jaar nadat de inspecteur van het buitenlandse vermogen op de hoogte was gekomen. Sinds 1982 zijn er drie wijzigingen in de navorderingstermijn geweest, ieder met overgangsrecht. De staatssecretaris meent dat het regime uit 1982 nog kan worden toegepast, waardoor navordering mogelijk zou zijn. A-G IJzerman concludeert tot verwerping van het beroep. De A-G heeft de verschillende wettelijke fases van de navorderingstermijn systematisch op een rij gezet en is van mening dat bij de invoering van de navorderingstermijn van twaalf jaar niet in overgangsrecht is voorzien voor de situatie van belanghebbende. Dit betekent, aldus de A-G, dat belanghebbende in een gelijke positie verkeert als in het arrest van 3 maart 2017, waardoor er niet kan worden nagevorderd.

Het valt op dat de A-G aangeeft dat hij bij de uitleg van termijnen in overgangsrecht een zekere voorkeur voelt ten gunste van de belastingplichtigen. Vaagheid van de kant van de wetgever zou hij bij voorkeur niet ten laste van de belastingplichtigen willen brengen. Persoonlijk kan ik deze voorkeur vanuit het perspectief van rechtszekerheid en zorgvuldigheid onderschrijven.'

 

Binnenkort is het uitgebreide commentaar van Wouter Verstijnen te lezen in het NTFR. Nog geen abonnee? Klik dan hier om 3 maanden kennis te maken met NTFR.  

Wet: art. 66 SW 1956

Meer informatie: Parket bij de Hoge Raad 21 december 2017 (gepubliceerd op 26 januari 2018), ECLI:NL:PHR:2017:1461

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Wat dwangsom betreft mag uitspraak onzorgvuldig zijn
Volgende artikel
ANBI's en de publicatieplicht

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

biologisch kind; vrijstelling

Standpunt legitieme portie en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze de erfgenamen in hun aangifte rekening moeten houden met een legitieme portie, die op de peildatum nog niet is opgeëist door de legitimaris.

schuldigerkenning en box 3

BOR geldt ook voor procentuele toename na aandeleninkoop

Rechtbank Noord-Nederland vernietigt een aanslag schenkbelasting van € 52.501. De bedrijfsopvolgingsregeling is volledig van toepassing op een schenking van certificaten, ook al is het procentuele belang van de schenker door een eerdere aandeleninkoop door de bv vergroot.

Legitieme portie geeft geen vordering of renteaftrek

De Hoge Raad oordeelt dat een beroep op de legitieme portie leidt tot een goederenrechtelijke aanspraak en niet tot een vordering op de langstlevende ouder. Daardoor is geen sprake van een schuldig gebleven erfdeel en is er geen recht op oprenting.

coronakorting voor hotel

Bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt niet bij overdracht via bv-structuur

De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging niet geldt als de overdracht via bv’s loopt. De zogenoemde doorkijkarresten maken dit niet anders, omdat zij niet zien op de persoon van de verkrijger.

sociaal belang

Giften aan sportverenigingen en fiscale mogelijkheden

Een uitbreiding van de giftenaftrek met eenmalige giften aan sportverenigingen is niet in lijn met de ambitie van het kabinet om het belastingstelsel te vereenvoudigen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Familiestichting en family governance

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Basiscursus Estate planning

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×