• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hoge onterechte teruggaaf: veel belastingrente betalen

1 september 2016 door Remco Latour

Als een belastingplichtige in zijn aangifte een te hoog bedrag aan voorheffingen opgeeft en daarom een te hoge voorlopige teruggaaf van belastingen krijgt, zal hij bij een herziening van die teruggaaf in de regel veel belastingrente moeten betalen. Een tijdige herziene aangifte kan dit voorkomen. Maar dan moet die herziene aangifte wel bij de inspecteur binnenkomen voordat hij de voorlopige aanslag heeft vastgesteld, aldus Rechtbank Gelderland.

Voorlopige aanslag IB/Vpb

Als een belastingplichtige voor de inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) een voorlopige aanslag krijgt opgelegd, zal hij vaak ook belastingrente moeten vergoeden over het verschuldigde belastingbedrag. De achterliggende gedachte is dat de fiscus rente misloopt doordat de belastingbetaling pas plaatsvindt aan het einde van het tijdvak waarin het inkomen of de winst is opgekomen. De termijn waarover de fiscus belastingrente berekent, begint na zes maanden na het einde van het desbetreffende belastingtijdvak. De termijn eindigt op de dag vóór de dag waarop de voorlopige aanslag invorderbaar is. De heffingsrentetermijn is te verkorten door tijdig een voorlopige aanslag of een (herziene) aangifte in te dienen. De belastingrentetermijn eindigt dan uiterlijk veertien weken respectievelijk negentien weken na de ontvangst van het verzoek/de aangifte. Als de inspecteur het verzoek/de aangifte vóór de eerste dag van de vijfde respectievelijk vierde maand na het einde van het belastingtijdvak ontvangt, brengt hij geen belastingrente in rekening.

 

Herziening voorlopige aanslag IB/Vpb: verhoging

Als een herziening plaatsvindt van de voorlopige aanslag IB/Vpb omdat de verschuldigde belasting hoger uitvalt, moet de belastingplichtige meer belastingrente betalen. De inspecteur berekent deze rente enkelvoudig over het verschil tussen de herziene voorlopige aanslag en de vorige voorlopige aanslag. Ook nu begint de termijn te lopen nadat zes maanden zijn verstreken na het einde van het belastingtijdvak. De termijn eindigt op de dag vóór de dag waarop de extra te betalen belasting invorderbaar is. Als de herziening is vastgesteld conform een verzoek of aangifte van de belastingplichtige, eindigt de belastingrentetermijn uiterlijk veertien weken respectievelijk negentien weken na de ontvangst van het verzoek/de aangifte. Ook hier geldt dat de inspecteur geen belastingrente in rekening brengt als hij het verzoek/de aangifte tijdig ontvangt. Dat wil zeggen vóór de eerste dag van de vijfde respectievelijk vierde maand na het einde van het belastingtijdvak.

 

Herziene aangifte

Men kan dus met een herziene aangifte de belastingrente verlagen. Maar de herziene aangifte mag dan niet zo laat binnen komen bij de Belastingdienst, dat de inspecteur de informatie in deze aangifte niet meer kan meenemen. Zo had een vrouw in een zaak voor Rechtbank Gelderland in haar aangifte IB 2012 per abuis de ingehouden dividendbelasting van haar man opgegeven. Zij had haar aangifte verzonden op 17 december 2013 en diende op 11 februari 2014 een herziene aangifte in. Op die datum was de inspecteur al praktisch klaar met het berekenen van de voorlopige aanslag, die resulteerde in een forse teruggaaf voor de vrouw. Zij ontving de voorlopige teruggaaf nog geen twee weken later. Toen de inspecteur later de voorlopige aangifte corrigeerde, moest de vrouw nogal wat aan heffingsrente betalen. Maar de rechtbank vond dat terecht. De herziene aangifte was te laat ingediend om nog van nut te zijn bij het opleggen van de eerste voorlopige aanslag. Bovendien vond de rechter dat de belastingrente geen buitensporige last vormde omdat de vrouw en haar man toch een fors dividend hadden ontvangen.

 

Herziening voorlopige aanslag IB/Vpb: verlaging

Natuurlijk kan een herziening ook leiden tot een lagere aanslag of zelfs een negatieve aanslag IB of Vpb. In dat geval wordt de belastingrente verminderd. Als tussen de ontvangst van het verzoek of de aangifte meer dan acht respectievelijk dertien weken zijn verstreken, vergoedt de Belastingdienst de belastingrente. De belastingrente wordt dan enkelvoudig berekend over het tijdvak dat begint na acht/dertien weken na de ontvangst van het verzoek respectievelijk de aangifte van de belastingplichtige. Deze termijn begint echter niet eerder dan na het verstrijken van zes maanden sinds het einde van het belastingtijdvak. De belastingrentetermijn eindigt zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

 

Navorderingsaanslag IB/Vpb

De Belastingdienst brengt ook belastingrente in rekening in geval van een navordering, mits minimaal zes maanden zijn verstreken na het einde van het desbetreffende belastingtijdvak. De inspecteur berekent de belastingrente enkelvoudig over een bepaald tijdvak. Dit tijdvak begint na zes maanden na afloop van het heffingstijdvak en eindigt op de dag vóór de dag waarop de aanslag invorderbaar is. Ook hier kan de belastingplichtige met een tijdige herziene aangifte de belastingrentetermijn verkorten. Vindt de navordering plaats aan de hand van een verzoek van de belastingplichtige, dan eindigt de belastingrentetermijn uiterlijk twaalf weken na ontvangst van het verzoek. De inspecteur mag geen belastingrente in rekening brengen als de aanslag IB of Vpb is vastgesteld conform een ingediende aangifte die vóór de eerste dag van de vierde maand na afloop van het belastingtijdvak is ingediend. Dit alles geldt in beginsel niet ten aanzien van te conserveren inkomen.

 

Wet: artikelen 30f, 30fa, 30fb, en 30fc AWR

Meer informatie: Rechtbank Gelderland, 31 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1745

Filed Under: Formeel belastingrecht, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Auto’s ter beschikking gesteld ondanks verbod op privégebruik
Volgende artikel
De rechter en het Afgezonderd Particulier Vermogen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

voorlopige aanslag 2021

BSN verdwijnt uit betalingskenmerken Belastingdienst

De Autoriteit Persoonsgegevens concludeert dat het gebruik van het burgerservicenummer (BSN) in betalingskenmerken en vorderingsnummers niet voldoet aan de privacywetgeving. Staatssecretaris Eerenberg informeert de Kamer over de bevindingen en de gefaseerde uitfasering van het BSN.

piloot buitenland

Negeren uitworpredenen geen ambtelijk verzuim bij navordering

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het negeren van uitworpredenen op zichzelf geen ambtelijk verzuim oplevert. Omdat de inspecteur aannemelijk maakt dat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de aangifte juist was, is navordering toegestaan.

contact Belastingdienst via e-mail

E-mail aan inspecteur geldt niet als bezwaar bij ontvanger

Een vrouw stuurt een bezwaarschrift per e-mail naar de inspecteur, maar Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de inspecteur daaruit niet hoefde op te maken dat bezwaar werd ingediend en dus geen doorzendplicht had.

deadline 30 september

Verzoek immateriële schadevergoeding ook in hoger beroep mogelijk

De Hoge Raad oordeelt dat een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ook voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan.

Aanwezigheid controleambtenaar schendt eerlijk proces niet

De Hoge Raad oordeelt dat de betrokkenheid van de controleambtenaar bij de voorbereiding van de uitspraak op bezwaar niet in strijd is met artikel 7:5 Awb, omdat de ambtenaar niet aanwezig was bij het formele hoorgesprek.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×