De winstmarges bij olieproductie en raffinage zijn sterk toegenomen, maar het kabinet kiest vooralsnog niet voor een nationale overwinstbelasting. De voorkeur blijft uitgaan naar een Europese analyse en aanpak.
Minister Heinen van Financiën erkent dat olie- en gasbedrijven wereldwijd hogere winsten maken. Dat betekent volgens hem niet automatisch dat zij ook in Nederland meer winst maken, omdat deze bedrijven wereldwijd opereren en Nederland slechts in zeer beperkte mate olie wint.
Wel zijn er duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in de oliesector zijn toegenomen. Vooral de Nederlandse raffinagesector is daarbij relevant. De zogenoemde crack spread, het prijsverschil tussen ruwe olie en geraffineerde producten als benzine, diesel en kerosine, bedraagt in 2026 26,90 dollar per vat. Dat is beduidend hoger dan het gemiddelde van 6,3 dollar over de afgelopen tien jaar en de 11,30 dollar tijdens de energiecrisis in 2022.
Voorkeur voor Europese aanpak
Het kabinet begrijpt het ongemak dat bedrijven profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd is de energiesector sterk cyclisch en volgen de huidige marges op periodes waarin raffinaderijen aanzienlijk slechtere tijden kenden. Een nationale overwinstbelasting moet daarom zorgvuldig worden gewogen. Ingrijpen kan de prikkel om te investeren verminderen en mogelijk een negatief effect hebben op het investeringsklimaat. Bovendien worden hogere winsten al belast via de vennootschapsbelasting.
Opbrengst nieuwe solidariteitsbijdrage
De tijdelijke solidariteitsbijdrage over 2022 bracht € 2,7 miljard op, waarvan het grootste deel afkomstig was van de gassector. Van een vergelijkbare heffing over gas en oliewinning wordt in 2026 geen substantiële opbrengst verwacht. Bij raffinaderijen ligt dat anders.
Een nieuwe solidariteitsbijdrage vanaf 1 januari 2026 zou volgens een grove inschatting ongeveer € 500 tot € 700 miljoen kunnen opleveren. Bij invoering vanaf bijvoorbeeld 1 oktober gaat het om circa € 125 tot € 175 miljoen. De raming is onzeker. Het kabinet acht terugwerkende kracht bij belastende maatregelen bovendien in beginsel niet wenselijk. Voor een nieuwe heffing is ook nader onderzoek nodig naar de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst.





Geef een reactie