• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

HR-director had beter moeten weten, dus kwade trouw

16 augustus 2012 door Asha Stuivenwold

Een Human Resources Director had moeten weten dat opties die hij had ontvangen op enig moment belast zouden zijn. Het was hem dan ook aan te rekenen dat hij de opties op geen enkel moment in zijn ib-aangifte had aangegeven. Volgens Hof Den Bosch was sprake van kwade trouw en kon de inspecteur daarom navorderen over de opties.

Blijkt binnen vijf jaar na het belastingjaar waarvoor de aanslag is opgelegd dat deze niet klopt, dan kan de inspecteur een navorderingsaanslag opleggen. Dit betekent dat de belastingplichtige het verschil tussen het nieuwe en het oude belastingbedrag, inclusief de rente, moet bijbetalen. Als de aanslag door een fout van de belastingplichtige niet klopt, kan hij daarbovenop ook nog een boete krijgen. De inspecteur kan niet in elk geval een navorderingsaanslag opleggen. Hij moet daarvoor beschikken over een nieuw feit. Zie ook het bericht ‘Geen nieuw feit voor ambtenaar in ivoren toren’. Als de belastingplichtige te kwader trouw is geweest, kan de inspecteur navorderen zonder nieuw feit. Dit is het geval als de belastingplichtige de inspecteur met het doen van de aangifte zoals deze is gedaan, opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. De bewijslast dat sprake is van kwade trouw rust op de inspecteur.

 

Navorderingsaanslag

In een zaak bij Hof Den Haag werd een HR-director kwade trouw aangerekend, mede vanwege zijn functie. De directeur werkte voor een Amerikaans concern en nam deel aan een aandelenoptieplan. Het concern hield geen loonbelasting in bij toekenning en/of uitoefening van de optierechten. Naar aanleiding van een boekenonderzoek kwamen de inspecteur en het concern een vaststellingsovereenkomst overeen om de opties in de loonheffing te betrekken. De HR-director sloot zich niet aan bij deze overeenkomst. Hij gaf in de betreffende jaren 2002 tot en met 2006 ook nooit iets aan in zijn aangifte inkomstenbelasting. Daarom legde de inspecteur een IB-navorderingsaanslag over 2006 op aan de HR-director.

 

Optierechten vielen sowieso in de heffing

Bij Rechtbank Breda was onder meer in geschil of de inspecteur terecht had nagevorderd. Omdat er geen sprake was van een nieuw feit, moest de inspecteur aannemelijk maken dat de man te kwader trouw was geweest. Volgens Hof Den Bosch was dit gelukt. Gelet op de functie van de HR-director mocht van hem worden verwacht dat hij enige kennis had over de fiscale gevolgen van aandelenopties. Hij moest hebben geweten dat opties altijd in een enige jaar tot een aan te geven voordeel uit dienstbetrekking leiden. En in de periode tussen 2002 en 2006 waren er genoeg theoretisch denkbare genietingsmomenten, namelijk de datum van toekenning, datum van onvoorwaardelijk uitoefenbaar worden en datum van daadwerkelijke uitoefening. Dat de man in die jaren niets aangaf maakte het aannemelijk dat het hem niet ging om zijn standpunt over het genietingsmoment van de opties, maar dat hij wenste de opties buiten de aandacht van de fiscus te houden en er nooit belasting over zou hoeven te betalen. Deze opzet mislukte, want de inspecteur mocht tot navorderen.

 

Moment van heffing

Het hof stelde in deze zaak ook vast dat de optierechten belast moesten worden op het moment dat zij onvoorwaardelijk waren geworden. Het hof overwoog daarbij dat de optierechten die de man in 2000, 2002 en 2003 verkreeg, zijn toegekend onder de voorwaarden zoals deze waren neergelegd in een prospectus uit 2003.

 

Wet: artikel 16 AWR

Meer informatie: Gerechtshof Den Bosch, 2 augustus 2012 (gepubliceerd 13 augustus), LJN: BX4443

Filed Under: Arbeid & loon, Formeel belastingrecht, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Volledige teruggaaf van btw-correctie auto van de zaak toch vaak stap te ver
Volgende artikel
Verlengde garantie is voor de btw een bijkomende prestatie

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

Bonaire dga doelmatigheidsmarge

Wetsvoorstel Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 ingediend

Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 is ingediend.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

werkhervattingskas

Reactie NOB internetconsultatie Regeling wijziging loonbelasting

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft een reactie gepubliceerd op de internetconsultatie Regeling wijziging loonbelasting.  Daarbij worden de volgende aandachtspunten benoemd. 1. Eindheffing eenmalige vergoeding correctie dagloon WIADe NOB benadrukt dat de loonbelasting in beginsel fungeert als voorheffing op de inkomstenbelasting, waarbij de heffing bij de werknemer plaatsvindt en het draagkrachtbeginsel centraal staat. Het aanwijzen... lees verder

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Opleidingen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×