• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

KGS doorwerking in Vpb van arrest HvJ over inhouding dividendbelasting

14 april 2025 door Anne-Marie Noordenbos

bfi's

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord naar de doorwerking in de vennootschapsbelasting van het arrest van het HvJ in de zaak XX naar de jaren vanaf 2022, als dit arrest volgens de Nederlandse rechter meebrengt dat Nederland bij de inhouding van dividendbelasting rekening moet houden met de toename van verplichtingen jegens cliënten.

Het arrest van het HvJ van 7 november 2024 in de zaak XX, C-782/22 betreft de uitkering van een portfoliodividend van Nederlandse herkomst aan het niet in Nederland gevestigde lichaam XX. Op het dividend is Nederlandse dividendbelasting ingehouden. Deze inhouding vormt tevens eindheffing. Met een beroep op het Unierecht claimt XX teruggave van (een deel van de) dividendbelasting.

Vraag

De zaak XX ziet op de jaren 2003 tot en met 2010. Met ingang van 1 januari 2022 is artikel 25a, derde lid, van de Wet Vpb 1969 in werking getreden. Mocht de Nederlandse rechter in de zaak XX tot het oordeel komen dat bij de belastingdrukvergelijking op dividenden bij XX (en daarmee vergelijkbare gevallen) rekening moet worden gehouden met de bovenomschreven kosten, heeft dat oordeel dan ook gevolgen voor de jaren vanaf 2022?

Antwoord

Nee. Met ingang van 1 januari 2022 is, in reactie op het arrest van het HvJ in de zaak Sofina, C-575/17, artikel 25a, derde lid, Wet Vpb 1969 in werking getreden. Deze bepaling heeft tot gevolg dat als de door een lichaam over een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting lager is dan de in dat jaar ten laste van dat lichaam ingehouden dividendbelasting, voor het verschil niet langer teruggaaf van dividendbelasting wordt verleend. Bij de heffing van dividendbelasting wordt vanaf 2022 dus geen onderscheid gemaakt tussen ingezeten en niet-ingezeten vennootschappen. In beide gevallen is 15% dividendbelasting verschuldigd en wordt deze niet teruggegeven.

Bij de heffing van vennootschapsbelasting (over het dividendinkomen of over andere activiteiten) wordt in wezen evenmin een onderscheid gemaakt tussen ingezeten en niet-ingezeten vennootschappen. Een ingezeten vennootschap kan de reeds geheven dividendbelasting weliswaar in beginsel verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting, maar evenals bij de niet-ingezeten vennootschap kan dat niet leiden tot een teruggaaf van dividendbelasting.

Vanaf het jaar 2022 is in gevallen als het onderhavige dus geen sprake van een (eventueel) door het Unierecht verboden verschil in behandeling. In zoverre de niet-ingezeten vennootschap nadeel ondervindt van het feit dat de Nederlandse dividendbelasting niet (volledig) kan worden verrekend met in de vestigingsstaat verschuldigde vennootschapsbelasting, is dat nadeel Nederland Unierechtelijk niet aan te rekenen.

Bron: Belastingdienst, 11 april 2025

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Wet opheffing verpandingsverboden per 1 juli 2025 in werking
Volgende artikel
Naheffingsaanslag btw in Overzicht betalen en ontvangen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga bonus

Standpunt toekennen aandelen met personeelslening en voorwaardelijke geldbonus

De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft een vraag beantwoord over de toepassing van artikel 10, eerste lid, onderdeel j, Wet Vpb 1969. De casus ziet op een toegekend recht om certificaten van aandelen met een (voorwaardelijke) geldbonus en personeelslening te verwerven.

belastingaanslag

Combinatiebrief massaal bezwaar belastingrentepercentage niet meer mogelijk

Bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage waren eerder aangemerkt als massaal bezwaar. Wie het niet eens was met het toegepaste percentage op een voorlopige aanslag, kon via een combinatiebrief deelnemen aan deze procedure. Deze mogelijkheid bestaat inmiddels niet meer.

Belastbare winst € 500.000 te hoog vastgesteld door inspecteur

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een bv in de kunsthandel de vereiste aangifte vpb 2019 niet heeft gedaan, omdat een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag niet is aangegeven. De door de inspecteur gemaakte schatting van € 750.000 is echter niet redelijk; een schatting van € 250.000 wel.

dividend

Internetconsultatie aanvullende maatregelen tegen dividendstripping

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over aanvullende maatregelen tegen dividendstripping. Per 1 januari 2024 zijn al maatregelen ingevoerd om deze praktijk verder te beperken. Daarna is aanvullend onderzoek gedaan naar mogelijke extra maatregelen. Op 27 juni 2025 is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. Uit dit onderzoek zijn vier mogelijke maatregelen naar voren... lees verder

rentevergoeding

Standpunt samenloop artikel 15b Wet Vpb 1969 en berekening tweede limiet

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft een vraag beantwoord over de samenloop van artikel 15b Wet Vpb 1969 en de bij de bepaling van de tweede limiet in aanmerking te nemen kosten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×