• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

KGS fiscaal partnerschap in voorafgaande kalenderjaar

5 december 2024 door Anne-Marie Noordenbos

fiscaal partnerschap

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001 vereist is dat er sprake is van een aaneensluitende periode van inschrijving op hetzelfde woonadres in de BRP.

A en B wonen samen met C, het minderjarige kind van B, en staan op hetzelfde woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen. A en B zijn daarmee fiscaal partners op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001.

Twee jaar later vertrekt B met het minderjarige kind C en schrijven zij zich in op een ander woonadres in de BRP. Op 1 april van het jaar daarop gaan A en B opnieuw samenwonen en schrijft alleen B zich weer in op hetzelfde woonadres als A. C verblijft definitief elders en staat derhalve niet op hetzelfde woonadres als A en B ingeschreven in de BRP.

Vraag

Is voor de toepassing van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001 vereist dat er sprake is van een aaneensluitende periode van inschrijving op hetzelfde woonadres in de BRP?

Nee, voor fiscaal partnerschap op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001 is niet vereist dat sprake is van een aaneengesloten periode van inschrijving op hetzelfde woonadres in de BRP.

In de onderhavige casus kwalificeren A en B vanaf 1 april (de datum waarop A en B weer op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven) als fiscale partners op grond van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel f, Wet IB 2001.

Bron: Belastingdienst, 4 december 2024

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
KGS over ruilarresten bij verkrijging belang in transparant lichaam
Volgende artikel
KGS kwalificatie Duitse Sondervermögen vanaf 2025

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

binnenvaartschip subsidie

Prejudiciële vragen over verzekeringsplicht Rijnvarende met twee werkgevers

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de verzekeringsplicht van een Rijnvarende die aan boord van hetzelfde schip voor twee werkgevers werkt.

10% criterium lucratief belang

Borgstellingsverlies aftrekbaar als negatief resultaat

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een borgstellingsverlies van € 37.500 aftrekbaar is als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de borgstelling bij het aangaan of later onzakelijk is geworden.

Jarenlange verliezen maken pandjeshuis geen bron van inkomen

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de activiteiten van een pandjeshuis in 2019 geen bron van inkomen vormen. Door de jarenlange verliezen en hoge vaste kosten ontbreekt een objectieve voordeelsverwachting, zodat het verlies niet aftrekbaar is.

sportlessen ROW

Spinninglessen vormen belastbaar resultaat ondanks betaling aan bv

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een vrouw resultaat uit overige werkzaamheden geniet met haar spinninglessen. Dat zij de vergoeding bewust laat betalen aan een bv van haar kinderen, voorkomt belastingheffing bij haar niet.

paardenpension

Te lage vergoeding voor werk bv kinderen belast als resultaat

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een man die tegen een onzakelijk lage vergoeding werkzaamheden verricht voor de bv van zijn kinderen, resultaat uit overige werkzaamheden geniet. De vergrijpboete vervalt wel, omdat de man een pleitbaar standpunt had.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×