• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Moment van inkeer is bepalend voor vergrijpboete

6 november 2018 door Remco Latour - Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma

Als een belastingplichtige op of na 2 juli 2009 verzwegen inkomensbestanddelen opgeeft, mag de Belastingdienst hem een gematigde vergrijpboete opleggen over de jaren waarin het inkomen is verzwegen. Dit geldt ook voor zover de belastingplichtige het inkomen heeft verzwegen in jaren waarin de inkeerregeling milder was. Tot dit oordeel komt de Hoge Raad via een andere route dan was voorzien. Hier zijn vraagtekens bij te plaatsen, aldus mr. Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma, fiscaal advocaat en partner bij Jaeger Advocaten-belastingkundigen.

Een vrouw had eind 2014 met een beroep op de inkeerregeling de Belastingdienst op de hoogte gebracht van een Zwitserse bankrekening. De vrouw had deze bankrekening weggelaten uit haar aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2001 tot en met 2013. Zij meent dat de inspecteur haar geen vergrijpboete mag opleggen voor het verzwijgen van inkomensbestanddelen over de jaren 2001 tot en met 2008. Tot 2 juli 2009 mocht de fiscus namelijk bij een vrijwillige inkeer geen vergrijpboete opleggen. Rechtbank Gelderland was het op dat punt met de vrouw eens. Zie ook: ‘Deel vergrijpboete verviel ondanks late inkeer’. Maar de staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie.

De Hoge Raad is het met de rechtbank eens dat de inkeerregeling een bepaling is die betrekking heeft op een sanctie. De grondslag en de maximale hoogte van de vergrijpboeten zijn echter niet gewijzigd toen de inkeerregeling op 2 juli 2009 strenger werd. Bovendien is de inkeerregeling pas van toepassing als de belastingplichtige een juiste en volledige aangifte indient voordat hij redelijkerwijze moet vermoeden dat de fiscus op de hoogte is. De Hoge Raad haalt uit deze bepaling dat voorzienbaar is dat men voor het wettelijk boetemaximum kan verwachten, tenzij de belastingplichtige tot inkeer komt in plaats van het moment waarop het vergrijp heeft plaatsgevonden. Verder meent de Hoge Raad dat de wetgever via overgangsrecht belanghebbenden voldoende mogelijkheden heeft gegeven om hun gedrag af te stemmen: de wetswijziging was dus niet onvoorzienbaar. Het is niet zo dat onder de huidige inkeerregeling eerder begane feiten zwaarder worden bestraft dan op het moment waarop de onjuiste aangifte is ingediend. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere afhandeling.

 

Commentaar mr. Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma

'De eis van ‘voorzienbaarheid’ van sanctiewetgeving gaat erover dat, vóórdat een feit gepleegd is, voldoende duidelijk moet zijn wat strafbaar (of beboetbaar) is en met welk strafmaximum. De Hoge Raad past dit principe echter toe op een wetswijziging van de inkeerregeling van na de gepleegde feiten. Nu de Hoge Raad accepteert dat de inkeerregeling een ‘sanctiebepaling’ is en daarmee onder de eisen 7 EVRM valt, volgt daaruit naar mijn mening dat wijzigingen alleen kunnen worden toegepast op onjuiste aangiften van na die wetswijziging. Ik kan mij voorstellen dat deze zaak daarom nog aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens wordt voorgelegd.'

 

Binnenkort is het uitgebreide commentaar van Vanessa Huygen van Dyck te lezen in het NTFR. Nog geen abonnee? Klik dan hier om 3 maanden kennis te maken met NTFR.

 

Wet: art. 67d, eerste en tweede lid en 67n AWR

Verdrag: art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR

Meer informatie: Hoge Raad 2 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2041

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Nederland niet zo aantrekkelijk voor Britse bankiers
Volgende artikel
Nota nader verslag wetsvoorstel Belastingplan 2019

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

btw vastgoed

Ongerealiseerde waardestijging woning telt mee in box 3

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een woning op 31 december 2020 juridisch is geleverd doordat de leveringsakte die dag bij het Kadaster is aangeboden. De verkoopopbrengst van € 643.000 behoort daardoor op 1 januari 2021 als vordering tot box 3.

accijns richtlijn

Fiscale Verzamelwet 2027 aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft 27 oktober het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 aangenomen. Het voorstel bevat de volgende maatregelen: Bron: Eerste Kamer, 27 oktober 2027

Centrum levensbelangen in Nederland maakt buitenlands vermogen belast

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het centrum van de levensbelangen van een man in Nederland ligt, ondanks zijn woning en inschrijving in Duitsland. De inspecteur mag bovendien navorderen omdat pas later blijkt dat de man aanzienlijke buitenlandse bank- en beleggingstegoeden niet heeft aangegeven.

crypto box 3 jongere

Nederlandse huishoudens hebben € 3,2 miljard aan crypto bij Nederlandse aanbieders

Nederlandse huishoudens hadden eind juni 2026 voor € 3,2 miljard aan cryptovaluta ondergebracht bij Nederlandse cryptodienstverleners. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB), die deze gegevens voor het eerst publiceert.

deadline bezwaar vergoeding

Zeswekentermijn voor hoger beroep niet strijdig met EU-recht

De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke beroepstermijn van zes weken niet in strijd is met het Unierecht. De combinatie van de vaste termijn en de mogelijkheid om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, waarborgt voldoende toegang tot de rechter.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk | PE Accreditatie

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal | PE Accreditatie

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×