Hof Den Haag oordeelt dat een mbo-instelling geen beroep kan doen op de onderwijsvrijstelling voor overdrachtsbelasting. De verkrijging van het erfpachtrecht vindt niet plaats bij een bestuursoverdracht.
Een stichting biedt als ROC mbo en vavo aan. Voor haar Veiligheidsacademie gebruikt zij een gebouw dat zij huurt van de gemeente. Omdat zij het gebouw eerder niet kon kopen, bevatte de huurovereenkomst een voorkeursrecht van koop en een koopoptie. Op 15 december 2023 vestigt de gemeente een eeuwigdurend recht van erfpacht op de grond met gebouw ten behoeve van de stichting. De erfpacht is afgekocht voor € 7,8 miljoen. De stichting voldoet € 811.200 overdrachtsbelasting en stelt daarna dat de onderwijsvrijstelling van artikel 15 lid 1 onderdeel k Wbr van toepassing is.
Geen bestuursoverdracht
Het hof volgt de rechtbank. De vrijstelling verwijst voor mbo-instellingen naar de regeling voor bestuursoverdracht in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Daarvan is hier geen sprake. De stichting erkent ook dat geen instelling is overgedragen aan een ander bevoegd gezag. Dat de gemeente oorspronkelijke bouwheer of grondeigenaar was, maakt de vrijstelling niet ruimer.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Mbo-instellingen zijn voor huisvesting niet gelijk aan instellingen in het primair, voortgezet of speciaal onderwijs, waarvoor gemeenten wel een wettelijke huisvestingstaak hebben. De overdrachtsbelasting blijft daarom verschuldigd.
Wet: art. 15 lid 1 onderdeel k Wbr
Bron: Gerechtshof Den Haag, 16-04-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1556, BK-25/549 | NDFR





Geef een reactie