• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Problemen met grammaticale uitleg liquidatieverliesregeling

24 januari 2017 door Remco Latour

Onlangs heeft de belastingrechter zich weer eens gebogen over de liquidatieverliesregeling. In bepaalde gevallen leidt een grammaticale uitleg van de wet tot het oordeel dat sprake is van een aftrekbaar liquidatieverlies, terwijl dit oordeel in strijd is met doel en strekking van de wet.

Liquidatieverliesregeling

Hoewel de voor- en nadelen uit een lichaam, waarin een holding een deelneming houdt, in beginsel onder de deelnemingsvrijstelling vallen, vormt het liquidatieverlies hierop een uitzondering. De ontbinding van een lichaam waarin men een deelneming houdt kan daardoor leiden tot een aftrekbaar verlies. Het liquidatieverlies bedraagt grofweg gezegd het verschil tussen het totaal aan liquidatie-uitkeringen en het opgeofferde bedrag van de deelneming. Zie voor meer algemene informatie over de liquidatieverliesregeling ook: ‘De liquidatieverliesregeling’.

 

Liquidatie tussenhoudstermaatschappij

De gevolgen van een liquidatie worden gecompliceerder als een tussenhoudstermaatschappij wordt geliquideerd. Het is in dat geval de bedoeling van de wetgever dat de holding alleen een verlies mag aftrekken dat voortvloeit uit de tussenhoudster zelf. Verliezen die feitelijk voortkomen uit de nog bestaande kleindochtervennootschap, moeten buiten deze aftrek blijven. Maar de grammaticale formulering kan soms tot een ander resultaat leiden. Dit bleek in de volgende zaak voor Hof Den Bosch.

 

Ontvoeging

Een B.V. die tot een internationale groep behoorde had in 2004 het volledige belang in een tussenhoudstervennootschap verkregen voor € 9.741.000. De tussenhoudster bezat zelf twee Nederlandse dochtervennootschappen en één dochtervennootschap in Zwitserland. De tussenhoudster waardeerde het belang in deze Zwitserse dochter tegen de historische kostprijs à € 104.722.486. De grootmoedervennootschap vormde een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met de tussenhoudster en de Nederlandse kleindochters. In maart 2009 droeg de tussenhoudster haar aandelen in haar Nederlandse dochters over aan de B.V. tegen de waarde in het economische verkeer. Vervolgens verliet zij de fiscale eenheid. De tussenhoudster had op dat moment een eigen vermogen van € 119.122.194.

 

Verliezen Zwitserse dochtervennootschap

Een paar maanden later werd de tussenhoudster geliquideerd. De liquidatie-uitkering bestond uit de aandelen in de Zwitserse vennootschap en een bedrag aan liquide middelen. De B.V. waardeerde de Zwitserse vennootschap op € 10.514.142. Zij berekende het liquidatieverlies door het opgeofferd bedrag te stellen op het eigen vermogen van de tussenhoudster op het moment van ontvoeging. De inspecteur was het daar niet mee eens, omdat de B.V. zo ook de waardedaling van de Zwitserse vennootschap aftrok.

 

Grammaticale interpretatie

Artikel 13d, vierde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bevat de volgende zin:

 

‘Indien, onmiddellijk of middellijk, tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord die deel uitmaakt van de liquidatie-uitkering of die is vervreemd en die in waarde is gedaald sedert de verkrijging van de deelneming in het ontbonden lichaam, wordt het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voor zover dit verlies het bedrag van die waardedaling te boven gaat.’

 

Grammaticaal gezien was de deelneming in de Zwitserse vennootschap sinds de verkrijging niet in die zin in waarde gedaald. De tussenhoudster had de deelneming immers steeds, dus ook op de ontvoegingsbalans, gewaardeerd tegen de historische kostprijs. Volgens de grammaticale interpretatie van de wettekst kon de B.V. daardoor een liquidatieverlies aftrekken, aldus het hof.

 

Doel en strekking van de wet

Verder stelde het hof dat omwille van de rechtszekerheid men in beginsel een grammaticale interpretatie moet respecteren. Dit is alleen anders als de woorden van de wet:

  • niet duidelijk zijn; of
  • tot een resultaat leiden dat de wetgever onmogelijk kon hebben voorzien of gewild.

De tweede situatie deed zich hier voor. Daarom oordeelde het hof dat het deelnemingsverlies, dat de tussenhoudster had geleden met de Zwitserse vennootschap, moest worden geëlimineerd uit het liquidatieverlies. Na deze eliminatie was er geen liquidatieverlies meer.

 

Oproep tot aanpassing

Hof Den Bosch merkte in deze zaak nog op dat de spanning tussen de wettekst en doel en strekking niet moest blijven voortbestaan. De door de wettekst gesuggereerde rechtszekerheid voor belastingplichtigen kan volgens het hof (achteraf) voor veel frustratie zorgen. Het hof riep de wetgever daarom op om de tekst van de wet in overeenstemming te brengen met zijn wil.

 

Wet: artikel 13d, vierde lid Wet VPB 1969

Meer informatie: Hof Den Bosch, 20 oktober 2016 (gepubliceerd 9 november 2016), ECLI:NL:GHSHE:2016:4707

Filed Under: Nieuws, Verdieping, Verdieping, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Toestemming van ex nodig om eigen aangifte te herzien
Volgende artikel
Europese zwarte lijst witwaslanden afgewezen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Belastbare winst € 500.000 te hoog vastgesteld door inspecteur

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een bv in de kunsthandel de vereiste aangifte vpb 2019 niet heeft gedaan, omdat een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag niet is aangegeven. De door de inspecteur gemaakte schatting van € 750.000 is echter niet redelijk; een schatting van € 250.000 wel.

dividend

Internetconsultatie aanvullende maatregelen tegen dividendstripping

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over aanvullende maatregelen tegen dividendstripping. Per 1 januari 2024 zijn al maatregelen ingevoerd om deze praktijk verder te beperken. Daarna is aanvullend onderzoek gedaan naar mogelijke extra maatregelen. Op 27 juni 2025 is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. Uit dit onderzoek zijn vier mogelijke maatregelen naar voren... lees verder

rentevergoeding

Standpunt samenloop artikel 15b Wet Vpb 1969 en berekening tweede limiet

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft een vraag beantwoord over de samenloop van artikel 15b Wet Vpb 1969 en de bij de bepaling van de tweede limiet in aanmerking te nemen kosten.

bronbelasting Brazilie

Afwaardering vordering op beheerstichting is aftrekbaar

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een bv een vordering heeft op een beheerstichting en deze in 2020 mag afwaarderen. Van een onzakelijke lening is geen sprake, zodat de afwaardering ten laste van de winst komt.

Grootste deel belastingvoordeel innovatiebox naar drie bedrijven

Uit onderzoek van het FD en Trouw blijkt dat het belastingvoordeel uit de Nederlandse innovatiebox sterk geconcentreerd is bij een klein aantal grote bedrijven. In 2025 ging 91% van het totale fiscale voordeel van € 2,9 miljard naar drie ondernemingen: ASML, MSD en Booking. De innovatiebox is bedoeld om onderzoek en ontwikkeling (R&D) in Nederland... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×