Hof Amsterdam oordeelt dat € 123.872 aan saneringskosten die een bv betaalt voor privégrond van haar dga een winstuitdeling vormt. De saneringsplicht rust op de dga en een zakelijke reden voor betaling door de bv ontbreekt.
Een man is indirect enig aandeelhouder van een bv die een benzinestation en autowasstraat exploiteert op grond die privé van hem is. Bij de aankoop van de grond in 2000 verplicht de man zich om deze voor eigen rekening en risico te saneren. Ook in een huurovereenkomst die hij in 2013 met een nieuwe exploitant sluit, neemt hij de verplichting op om het perceel voor eigen rekening te saneren en bouwrijp op te leveren. In 2014 vindt de sanering plaats. De kosten worden echter door de bv betaald en in haar boekhouding verwerkt. De inspecteur merkt uiteindelijk € 123.872 aan saneringskosten aan als een uitdeling en belast dit bedrag in box 2. In geschil is of dat terecht is.
Saneringsplicht rust op dga
Het hof oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat sprake is van een winstuitdeling. De man heeft zich bij aankoop van de grond persoonlijk verplicht tot sanering. Nergens blijkt uit dat de bv deze verplichting later heeft overgenomen. Ook uit de huurovereenkomst uit 2013 volgt dat de sanering voor rekening en risico van de man komt. Voor het betalen van de saneringskosten door de bv bestaat daarom geen zakelijke grond. Door deze kosten toch te dragen, verschuift vermogen van de bv naar haar aandeelhouder. Zowel de bv als de man moet zich bewust zijn geweest van deze bevoordeling.
Voordeel ontstaat bij betaling kosten
De winstuitdeling wordt genoten op het moment dat de bv de kosten betaalt die de man zelf had moeten dragen. Zijn voordeel is gelijk aan het bedrag dat hij daardoor aan kosten bespaart. Het hof acht ook voldoende aannemelijk dat de meegenomen facturen verband houden met de sanering of het bouwrijp maken van het perceel. De inspecteur maakt daarmee volgens de normale bewijslastverdeling aannemelijk dat de man € 123.872 als winstuitkering en inkomen uit aanmerkelijk belang geniet. Omkering en verzwaring van de bewijslast is daarvoor niet nodig. Het hoger beroep is ongegrond.
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 30-06-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2576, 25/2022 | NDFR





Geef een reactie