De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit minimumbelasting 2024 gepubliceerd. Het besluit bevat beleid en verduidelijkingen over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (WMB 2024), mede gebaseerd op eerder gepubliceerde kennisgroep- en beleidsstandpunten.
De WMB 2024 beoogt dat multinationale en omvangrijke binnenlandse groepen met een omzet van ten minste € 750 miljoen effectief minimaal 15% belasting over hun winst betalen. Het besluit verduidelijkt onder meer verschillende kernbegrippen. Zo kwalificeert een Nederlandse commanditaire vennootschap die afzonderlijke financiële verslaggeving opstelt als entiteit, ook zonder publicatieplicht. Voor het begrip overheid zijn met name overheidscontrole en het optreden als niet-marktproducent relevant; de actuele CBS-lijst van instellingen in de sector overheid kan daarbij als praktisch richtsnoer dienen. Vooroverleg blijft mogelijk.
Doorkijkentiteit
Verder wordt het begrip doorkijkentiteit toegelicht. Een entiteit kan partieel als doorkijkentiteit kwalificeren. Daarbij is niet doorslaggevend of zij voor de vennootschapsbelasting subjectief belastingplichtig is; bepalend is of inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen fiscaal worden behandeld alsof zij door de belanghouders zijn verworven of gemaakt.
Het besluit verduidelijkt ook wanneer organisaties als non-profitorganisatie kwalificeren. Een APV voldoet niet aan de vereiste doelstelling. Onder voorwaarden kunnen zorgverzekeraars wel kwalificeren. Passief aan derden verhuurd vastgoed vormt op zichzelf geen vaste inrichting volgens art. 1.2 lid 1 onderdeel d WMB 2024.
Bij een interne overdracht van een laagbelaste groepsentiteit gedurende het verslagjaar wordt de inkomen-inclusiebijheffing tijdsevenredig toegerekend aan de betrokken moederentiteiten. Verder kwalificeren onder meer de opbrengst- en vastgoedbelasting op de BES-eilanden als betrokken belastingen.
Veiligehavenregels
Ten slotte geeft het besluit uitleg over de veiligehavenregels. Zakelijke leningen binnen een Nederlandse fiscale eenheid vormen niet zonder meer een gestructureerde hybride regeling waarop de antimisbruikbepaling van art. 8.8a WMB 2024 van toepassing is. Bij een incidenteel afwijkend verslagjaar, bijvoorbeeld door fusie, liquidatie of oprichting, kan de kwalificerende binnenlandse bijheffing onder voorwaarden op basis van de lokale verslaggevingsstandaard berekend blijven worden. Het besluit treedt in werking met ingang van 26 september 2026.
Standpunten Kennisgroep Pijler 2 ingetrokken wegens opname in Beleidsbesluit minimumbelasting 2024
De Kennisgroep Pijler 2 heeft twee standpunten ingetrokken in verband met de inwerkingtreding van het dit besluit. Het betreft de volgende twee standpunten:
KG:911:2024:1 Invulling begrip overheid binnen de Wet minimumbelasting 2024
KG:911:2025:4 Berekening van inkomen-inclusieheffing bij interne overdracht van een laagbelaste groepsentiteit
Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2) | PE Accreditatie
Na het volgen van deze Masterclass heb je een goed beeld van de inhoud en de structuur van de Pillar 2-regels, het concept van de berekening van de Pillar 2 effectieve winstbelastingdruk (inclusief een basisbegrip van Tax Accounting), zodat je in de praktijk de relevante verplichtingen alsmede de vraagpunten kunt herkennen en de regels kunt toepassen.






Geef een reactie