• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Recente rechtspraak over immateriële schadevergoeding

11 oktober 2022 door Michel Halters

De inspecteur of de rechter moet binnen een redelijke termijn beslissen in een fiscale procedure. Gebeurt dat niet, dan ondervindt de belanghebbende extra spanning en frustraties. Daarvoor kan de belanghebbende aan de rechter vragen de Belastingdienst of de Nederlandse Staat te veroordelen tot vergoeding van immateriële schade. Hierover is de afgelopen maanden interessante rechtspraak verschenen.

Degene die het niet eens is met een beslissing van Belastingdienst, kan tegen die beslissing bezwaar maken. Hij moet dat doen binnen zes weken na het bekend worden van die beslissing (artikel 6:7 Awb). De Belastingdienst moet vervolgens in beginsel binnen zes weken op het bezwaar beslissen (artikel 7:10 Awb). Als hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar, kan hij in beroep bij de rechtbank. Wanneer de inspecteur en/of de rechter te lang doet over het beslissen in een fiscale procedure, dan ondervindt een belanghebbende onnodig lang spanning en frustraties. Hiervoor kan hij een immateriële schadevergoeding vragen bij de rechtbank.

Het overzichtsarrest

De Hoge Raad heeft in een overzichtsarrest (ECLI:NL:HR:2016:252, hierna: het overzichtsarrest) aangegeven hoeveel tijd de Belastingdienst en vervolgens de rechterlijke instanties mogen doen om tot een beslissing te komen. De redelijke termijn begint als de inspecteur een bezwaarschrift ontvangt (r.o. 3.3.1). De termijn eindigt als de rechter uitspraak doet in de hoofdzaak (r.o. 3.3.2). Uit rechtsoverweging 3.4.2 volgt dat de rechtbank bij een beroepsprocedure binnen twee jaar na het indienen van het bezwaarschrift bij de inspecteur uitspraak moet doen. Dit is inclusief een periode van zes maanden die de inspecteur heeft om uitspraak op bezwaar te doen. Gaat de belanghebbende in hoger beroep? Dan heeft het gerechtshof ook twee jaar de tijd om uitspraak te doen (r.o. 3.4.3). Ook voor beroep in cassatie geldt een termijn van twee jaar,(r.o. 3.4.4). Vernietigt de Hoge Raad de uitspraak en verwijst de Hoge Raad de zaak, dan heeft het hof of de rechtbank een jaar na het verschijnen van het arrest de tijd om in de zaak uitspraak te doen (r.o. 3.4.5).

Afwijkingen

In rechtsoverweging 3.5.1 geeft de Hoge Raad aan dat van voornoemde termijnen kunnen worden afgeweken in bijzondere gevallen. Denk daarbij aan een complexe zaak of een belanghebbende of zijn gemachtigde die invloed hebben op de duur van het proces. Als de Hoge Raad aan het HvJ EU een prejudiciële beslissing vraagt, telt de hiermee gemoeide tijd niet mee voor de redelijke tijd. Is het financiële belang gering? Dan ondervindt de belanghebbende minder spanning en frustraties en heeft een belanghebbende volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2013:1361) geen recht op een immateriële schadevergoeding.

Nadere termijn om stukken in te dienen

Hoe zit het als de rechter een partij een termijn geeft om bijvoorbeeld nadere stukken in te dienen? Die extra tijd is inbegrepen in de hiervoor vermelde termijnen. De motivering van de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.6.1 is dat van die extra tijd die de belanghebbende wordt gegeven, niet kan worden gezegd dat het wordt veroorzaakt door een bijzondere omstandigheid.

Gevolgen overschrijding redelijke termijn

Als de procedure langer duurt dan de redelijke termijn, is de Belastingdienst of de Nederlandse Staat aan de belastingplichtige een immateriële schadevergoeding (IMSV) verschuldigd. De reden is dat de belastingplichtige geacht wordt spanning en frustraties te hebben gedurende de tijd dat de procedure langer duurt. Die spanning en frustraties levert grond op voor een immateriële schadevergoeding van € 500 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Als in een procedure de redelijke termijn is overschreden wordt bekeken, welke instantie, Belastingdienst of rechterlijke macht, hiervoor verantwoordelijk is. Zo nodig wordt de immateriële schadevergoeding toegerekend aan de Belastingdienst en/of de Nederlandse staat.

Covid-19 een bijzondere omstandigheid?

Het hof heeft in de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2022 (ECLI:NL:HR:2022:752) geoordeeld dat de uitbraak van het coronavirus een bijzondere omstandigheid is. Die uitbraak rechtvaardigde daarom een verlenging voor het doen van een uitspraak door het hof met vier maanden. De Hoge Raad oordeelt echter anders. De uitbraak van het coronavirus is geen bijzondere omstandigheid. Alleen als partijen voor een zitting waren uitgenodigd in de periode 17 maart tot en met 10 mei 2020. In die periode waren de gerechtsgebouwen gesloten. Als daardoor partijen opnieuw moesten worden uitgenodigd voor een onderzoek ter zitting, dan was sprake van een bijzondere omstandigheid.

Geen ambtshalve toekenning immateriële schadevergoeding

In rechtsoverweging 3.13.1 en 3.13.2 van het overzichtsarrest staat dat een belanghebbende een verzoek om toekenning van immateriële schadevergoeding moet doen. Hij moet dat verzoek doen bij de rechter die de zaak in behandeling heeft. Zonder verzoek bestaat er geen recht op vergoeding. Ook artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geeft de rechter niet de mogelijkheid een immateriële schadevergoeding toe te kennen als de belanghebbende geen verzoek heeft gedaan. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in zijn arrest van 16 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1225).

Geen immateriële schadevergoeding bij proces over proceskostenvergoeding

Een belanghebbende wordt in een bezwaarprocedure na twee jaar in het gelijkgesteld. De Belastingdienst ontving op 23 december 2016 een bezwaarschrift. Op 28 december 2018 heeft de inspecteur uitspraak op bezwaar gedaan, maar al op 11 december 2018 heeft hij laten weten aan de bezwaren van de belanghebbende tegemoet te komen. De belanghebbende is het echter niet eens met de proceskostenvergoeding door de inspecteur en gaat in beroep. Uiteindelijk komt de zaak voor bij de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1128). De Hoge Raad geeft aan dat de immateriële schadevergoeding wordt toegekend vanwege spanning en frustraties die de belastingplichtige ondervindt tijdens de procedure over de belastingaanslag. Staat vast dat belanghebbende in het gelijk wordt gesteld? Dan stopt de periode en is er geen grond meer voor een vergoeding voor immateriële schade. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de redelijke termijn eindigt op 11 december 2018. Ook in het arrest ECLI:NL:HR:2022:1346 geeft de Hoge Raad aan dat de redelijke termijn eindigt als in de hoofdzaak is beslist.

Wet: art. 6:7, 7:10 en 8:88 Awb

Meer informatie:

  • Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1346, 22/00854
  • Hoge Raad 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1225, 21/01517
  • Hoge Raad 2 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1128, 22/00186
  • Hoge Raad 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, 21/02977
  • Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, 14/03907
  • Hoge Raad 29 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1361, 12/04301

Filed Under: Formeel belastingrecht, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Aangepast wetsvoorstel modernisering personenvennootschappen ter consultatie
Volgende artikel
Alleen zeker bestaand materiaal te benutten voor boete

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Filipijnen

Invorderingskosten terecht ondanks bezwaar over 2017

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de ontvanger de invorderingskosten terecht in rekening heeft gebracht. De man had geen uitstel van betaling voor de voorlopige aanslagen IB/PVV 2023 en 2024, ondanks zijn bezwaar tegen de aanslag over 2017. Een man die in de Filipijnen woont, maakt bezwaar tegen zijn aanslag IB/PVV 2017 over box 3 en schrijft... lees verder

correctie box 3 Belastingdienst

Vergeten behandelvoornemen is fout die navordering toestaat

De Hoge Raad oordeelt dat het niet stoppen van het geautomatiseerde proces bij het opleggen van de primitieve aanslag een fout in de ruime en neutrale zin van art. 16, lid 2, letter c AWR is. Omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% bedraagt, is de fout kenbaar en mag de inspecteur navorderen.

Vpb-aangifte bv levert nieuw feit op voor navordering dga

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur pas via de aangifte vennootschapsbelasting van de bv over de gegevens beschikt die tot navordering leiden. Omdat de inspecteur het dossier van de bv niet hoeft te raadplegen, beschikt hij over een nieuw feit en mag hij over 2018 tot en met 2020 navorderen.

rente Vpb

Belastingrente Vpb verlaagd na arrest Hoge Raad over rentepercentage

Rechtbank Noord-Holland verlaagt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting omdat het wettelijke minimumtarief van 8% en 10% onverbindend is. De rente moet worden berekend volgens het algemene belastingrentepercentage.

Document openbaar over werkwijze Belastingdienst bij lopende FIOD-onderzoeken

De staatssecretaris van Financiën heeft een document openbaar gemaakt over de werkwijze van de Belastingdienst bij lopende FIOD-onderzoeken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×