• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Voorzichtig voorziening vormen

24 december 2019 door Remco Latour

Boekhouden; voorziening vormen

Ondernemingen mogen onder voorwaarden voorzieningen vormen voor verwachte toekomstige uitgaven. Het is niet toegestaan om een voorziening te vormen voor een verwachte uitgave of waardedaling die feitelijk een verkapte kapitaalstorting is.

Toekomstige uitgaven

Bedrijven hebben doorgaans te maken met veel uitgaven. Op basis van het realiteitsbeginsel binnen het goedkoopmansgebruik mogen zij deze uitgaven in ieder geval boeken als zij zich voordoen. Het is echter op grond van het voorzichtigheidsbeginsel toegestaan om voor bepaalde toekomstige uitgaven een voorziening te vormen. De dotatie aan de voorziening verlaagt het resultaat. Wanneer de toekomstige uitgave zich voordoet, boekt de ondernemer de voorziening af in plaats van de gehele uitgave al kostenpost te nemen. Op die manier komen de kosten ook gespreid tot uiting.

Voorwaarden voor vorming van voorziening

De Belastingdienst accepteert dat een ondernemer voorzieningen opneemt in zijn fiscale balans, maar wil ook dat uiteindelijk fiscale winst wordt gerealiseerd. In het zogeheten Baksteenarrest van 26 augustus 1998 (ECLI:NL:HR:1998:AA2555) verbond de Hoge Raad de volgende voorwaarden voor het vormen van een voorziening op de fiscale balans:

  • er is sprake van toekomstige uitgaven;
  • deze uitgaven vinden hun oorsprong in feiten of omstandigheden, die zich hebben voorgedaan in de periode voorafgaande aan de balansdatum. Deze uitgaven moeten bovendien aan die periode zijn toe te rekenen; en
  • er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat de toekomstige uitgaven zich zullen voordoen.

Geen aandeelhoudersmotieven

Ook voor het risico dat een debiteur niet zal betalen, mag een onderneming een voorziening dubieuze debiteuren vormen. Daarbij is het wel zaak dat de vordering op de debiteur is gebaseerd op zakelijke overwegingen en niet op aandeelhoudersmotieven. Dat kan wel eens problematisch zijn in het geval van gelieerde debiteuren.

Debiteurenbescherming

In een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden had een B.V. grondstoffen geleverd aan een gelieerde vennootschap. De afnemer was de koopsom steeds schuldig gebleven. Daardoor liep de vordering van de B.V. op deze debiteur op tot meer dan € 1 miljoen. Vanwege verliezen van die debiteur, vormde de B.V. een voorziening. Maar de Belastingdienst weigerde de aftrek van de dotatie aan die voorziening. De fiscus meende dat de B.V. de vordering uit aandeelhoudersmotieven had laten oplopen. Maar de B.V. stelt dat de opgelopen rekening-courantstand heeft geleid to belaste resultaten. Bovendien zou het stopzetten van het krediet en de leveranties aan de afnemer leiden tot het faillissement van die afnemer. De vordering zou dan definitief oninbaar zijn. Door krediet te verstrekken, kon de gelieerde vennootschap haar onderneming verhuren aan een derde, waarna de vordering niet verder opliep. Het hof vindt deze redenen zakelijk genoeg om de dotatie aan de voorziening toe te staan.

Direct oninbare huurpenningen

In een andere zaak moest het hof beoordelen of een B.V. een voorziening mocht vormen voor de mogelijke oninbaarheid van huurpenningen. De huurbaten waren afkomstig uit de verhuur van machines en overige zaken aan een kleindochtermaatschappij. Het hof oordeelt dat op het moment waarop de huurpenningen waren verschuldigd, zij al praktisch oninbaar waren. Deze oninbaarheid moest ook meteen duidelijk zijn voor de B.V. Daarom was hier fiscaal gezien sprake van een verkapte kapitaalstorting. De B.V. mocht dan ook geen voorziening vormen voor de oninbaarheid van de huurpenningen.

Wet: art. 3.25 Wet IB 2001

Bronnen: Gerechtshof Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019 (gepubliceerd 13 december 2019), ECLI:NL:GHARL:2019:10578, 18/00086 en Gerechtshof Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019 (gepubliceerd 13 december 2019), ECLI:NL:GHARL:2019:10579, 18/00087 en 18/00097 en 18/00098

Filed Under: Nieuws, Verdieping, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Urenadministratie niet geloofwaardig
Volgende artikel
Beleid over leasing geactualiseerd

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Afwaardering cryptotokens bij bv geweigerd door privéovereenkomst dga

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat een bv de cryptotokens niet mag afwaarderen ten laste van haar resultaat. De dga heeft de tokenovereenkomst in privé gesloten en de betaling vanaf de bankrekening van de bv maakt dat niet anders.

startersregeling

Nederland en 7 EU-landen willen regels voor groeibedrijven aanpassen

Nederland heeft samen met 7 andere EU-landen voorgesteld om de Europese regels voor ondernemingen in moeilijkheden aan te passen.

Kabinet houdt vast aan huidige innovatiebox

Het kabinet ziet geen aanleiding om de innovatiebox ingrijpend aan te passen. Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt vragen over belastingvoordelen voor grote internationaal opererende bedrijven en benadrukt dat de regeling volgens het kabinet bijdraagt aan innovatie en het Nederlandse vestigingsklimaat.

Recordbedrag aan innovatieprojecten via WBSO in 2025

Ook in 2025 maakte ondernemers volop gebruik van de WBSO-regeling. Het totale bedrag aan innovatieprojecten kwam uit op een recordniveau van € 8,7 miljard.

herwaardering landbouwgrond

Evaluatie fiscale regelingen bos- en cultuurgrond

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de evaluatie van SEO Economisch Onderzoek naar de Kamer en reageert op de motie over beperking van de cultuurgrondvrijstelling.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

AGENDA

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×