• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Waardedruk bij zelfbewoning gelijk bij inbreng en staking

2 februari 2015 door

De waardedruk bij zelfbewoning op het moment van inbreng van een pand in een maatschap in 2007 verschilde volgens de rechtbank niet van de waardedruk op het moment van staking van de onderneming in 2009. De feiten en omstandigheden van de zelfbewoning waren in beide jaren gelijk.

Een ondernemer die zijn woon/werkpand inbracht in een maatschap met de bv, betwiste bij de rechtbank de hoogte van de waardedruk van zelfbewoning op dat moment. Hij was het wel met de inspecteur eens dat de waardedruk twee jaar later 35% bedroeg, toen het pand overging naar privé na staking van de onderneming. De feiten en omstandigheden bij de zelfbewoning waren echter in beide jaren gelijk. Daarom zag de rechtbank geen reden om in 2007 uit te gaan van een lagere waarde. Ook het beroep op een in een besluit beschreven situatie kon de ondernemer niet helpen. In het besluit van 31 augustus 2009 gaat het om een vrijwillige overgang van een pand naar privé, nadat sprake is geweest van een bijzondere omstandigheid die keuzeherziening rechtvaardigt. Het gaat dan om de situatie dat de ondernemer een andere keuze zou hebben gemaakt als een wettelijke bepaling of uitleg daarvan op het keuzemoment al had gegolden. Hiervan was in dit geval geen sprake. De ondernemer had het woongedeelte bewust tot zijn ondernemingsvermogen gerekend. En goedkeurende besluiten hebben geen ruimer toepassingsbereik dan waarvoor zij zijn gegeven. Bij de inbreng moest dus dezelfde waardedruk bij zelfbewoning worden gehanteerd als bij de uitbreng, namelijk 35%.

Meer informatie: Rechtbank Gelderland, 27 januari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:385

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
De rittenregistratie: beter nooit dan laat?
Volgende artikel
Voornemen tot herinvesteren moet er eind van het jaar zijn

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Herwaardering voorraad via kapitaal leidt tot winstcorrectie

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een na de aanslag ingediende aangifte niet geldt als de vereiste aangifte. De ondernemer maakt bovendien niet overtuigend duidelijk dat de winstcorrectie wegens herwaardering van de voorraad onjuist is.

Telemarketingwerk telt niet mee voor het urencriterium

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat telemarketingactiviteiten onvoldoende samenhangen met de bouw- en schilderwerkzaamheden van een ondernemer om tot dezelfde onderneming te behoren. De telemarketingactiviteiten vormen ook zelfstandig geen onderneming, waardoor de gewerkte uren niet meetellen voor het urencriterium.

herinvesteringsreserve

Agrarische activiteiten blijven bron van inkomen ondanks verliezen

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de agrarische activiteiten van een vof in 2019 en 2020 nog steeds een bron van inkomen vormen. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt.

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

belangen aandelen

Standpunt bijgeschreven vergoeding cumulatief preferente aandelen en financieringstoets lucratief belang

De kennisgroep ROW heeft de vraag beantwoord of de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen meetelt voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×