• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Winst voor jaarruimte is vóór OR-dotatie + ondernemersaftrek

15 februari 2022 door Remco Latour

Aangfite Inkomstenbelasting

In een handreiking heeft het Forum fiscaal dienstverleners een mogelijke onduidelijkheid over het Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 behandeld.

Uitgaven voor inkomensvoorzieningen

Het Nederlandse pensioenstelsel kent drie zogeheten pijlers: de AOW-uitkeringen, via de werkgever opgebouwd aanvullend pensioen en individuele pensioenvoorzieningen. Tenzij zij naast ondernemer ook werknemer zijn bij een andere organisatie, bouwen ondernemers geen pensioen via de werkgever op. Daarom zijn zij voor aanvullende oudedagsvoorzieningen aangewezen op de derde pijler. De volgende uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn in principe aftrekbaar binnen bepaal de grenzen:

  • premies voor lijfrenten die dienen ter compensatie van een pensioentekort;
  • premies voor lijfrenten, waarvan de termijnen toekomen aan een meerderjarig invalide kind of kleinkind en uitsluitend eindigen bij het overlijden van de gerechtigde;
  • premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen en verstrekkingen vanwege invaliditeit, ziekte of ongeval, waarvan de uitkeringen toekomen aan de belastingplichtige en
  • bijdragen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw).

Bedrag van de jaarruimte

Normaal gesproken zijn de lijfrentepremies ter aanvulling van een pensioentekort alleen aftrekbaar zolang zij vallen binnen tot de zogeheten jaarruimte. De jaarruimte is voor zowel 2021 als 2022 te berekenen met de volgende formule. De jaarruimte = (0,133 x PG) -/- (6,27 x A) -/- (NPP/0,505) -/- F. Daarbij staat:

  • PG voor pensioengrondslag. De pensioengrondslag bestaat uit de som van het arbeidsinkomen en de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen van het voorafgaande kalenderjaar. Het arbeidsinkomen bestaat uit de winst uit onderneming exclusief mutaties in de oudedagsreserve (OR) en de ondernemersaftrek, het loon uit dienstbetrekking en het resultaat uit overige werkzaamheden. De eerdergenoemde som van arbeidsinkomen en belastbare uitkeringen en verstrekkingen bedraagt maximaal € 114.866 (bedrag 2022, bedrag 2021 € 112.189). Men dient vervolgens de PG te verminderen met een AOW-franchise van € 12.837 (bedrag 2022, bedrag 2021 € 12.672);
  • A voor de in aanmerking te nemen pensioenaangroei;
  • NPP voor premies die zijn gestort in een netto pensioen in box 3; en
  • F voor de dotaties aan de OR.

Handreiking winstbegrip

Het Forum fiscaal dienstverleners heeft in een handreiking de rol van de winst in de berekening van de jaarruimte behandeld. Omdat de winst uit onderneming tot het arbeidsinkomen behoort, behoort zij tot de premiegrondslag. Meer specifiek gaat het daarbij om de winst uit onderneming vóór toevoeging aan en afneming van de OR en vóór de ondernemersaftrek. Het forum wijst echter erop dat in het hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst men vraagt naar de winst vóór de ondernemersaftrek. De toevoegingen aan en afneming van de OR worden afzonderlijk verwerkt. Omdat de ondernemer de toename en afname van de OR afzonderlijk moet invullen in het hulpmiddel, houdt het programma in de berekening van de premiegrondslag wél rekening met de winst vóór toevoeging van en afneming van de oudedagsreserve en vóór de ondernemersaftrek. 

Claim reserveringsruimte

Voor zover de ondernemer (in de zeven voorafgaande jaren nog niet zijn jaarruimte heeft benut, kan hij deze onbenutte ruimte alsnog claimen via de reserveringsruimte. Deze reserveringsruimte bedraagt echter hooguit het laagste van onderstaande bedragen:

  • 17% van de premiegrondslag (PG) van het jaar van aftrek;
  • € 7.587 (bedrag 2022, bedrag 2021: € 7.489). Voor de belastingplichtige die die is geboren vóór 1 september 1963, geldt een maximum van € 14.978 (bedrag 2022, bedrag 2021: € 14.785).

Verhoging maximale lijfrenteaftrek

Ondernemers met een vrijgevallen OR kennen een hoger maximum aan aftrekbare lijfrentepremie voor een oudedagsvoorziening. Hun maximum stijgt namelijk met het bedrag van de vrijgevallen OR. Daarnaast is het maximum te verhogen met een bedrag aan genoten stakingswinst, maar niet meer dan:

  • € 480.686 (bedrag 2022, bedrag 2021: € 474.517) als de ondernemer in 2022 zijn onderneming staakt en op het stakingsmoment minstens 61 jaar en zeven maanden oud is. In 2021 moest de ondernemer op het stakingsmoment minstens 61 jaar en vier maanden oud zijn. Dit maximum geldt ook als de ondernemer voor minstens 45% arbeidsongeschikt is en de termijnen ingaan binnen zes maanden na de staking. Of als de staking plaatsvindt vanwege het overlijden van de ondernemer.
  • € 240.352 (bedrag 2022, bedrag 2021: € 237.267) als de ondernemer in 2022 zijn onderneming staakt en op het stakingsmoment minstens 51 jaar en zeven maanden oud is. In 2021 moest de ondernemer op het stakingsmoment minstens 51 jaar en vier maanden oud zijn. Dit maximum geldt eveneens als de lijfrententermijnen direct ingaan.
  • € 120.183 (bedrag 2022, bedrag 2021: € 118.640) in andere gevallen.

Wet: art. 3.124, 3.127, 3.129 en 5.16, vierde lid Wet IB 2001

Bron: Forum fiscaal dienstverleners 2 februari 2022

Online cursus Polislezen en fiscale behandeling lijfrenten, stamrechten en kapitaalverzekeringen

Polislezen is een kunst apart. Tijdens deze masterclass behandelen de docenten concrete polissen en gaan in op alle wet- en regelgeving rond lijfrenten (incl. de oud regime lijfrenten), kapitaalverzekeringen, gouden handdrukstamrechten en overige stamrechten.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Geen vrijstelling OVB omdat pand bedrijfsmiddel was
Volgende artikel
Uitdeling door niet nakomen voorwaarden effectenlening

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Hoge Raad

Uitspraak Hoge Raad in twee zaken niet-bezwaarmakers box 3-heffing op 25 juni

Op donderdag 25 juni 2026 om 10.00 uur doet de Hoge Raad mondeling uitspraak in twee zaken van niet-bezwaarmakers tegen hun box 3-heffing. De zaken zijn door de staatssecretaris van Financiën geselecteerd om uit te procederen in een zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure.

grensarbeid

Geen cassatie na uitspraak over kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen

De staatssecretaris van Financiën heeft besloten geen beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de toepassing van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen (KBB).

nieuwe pensioenwet; transitie

Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens aan

De Eerste Kamer heeft 16 juni ingestemd met de Wet herziening bedrag ineens. Daarmee wordt het mogelijk dat mensen bij pensionering maximaal 10 procent van hun pensioen in één keer opnemen.

verlies op certificaten

Tweede NnavV Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet houdt vast aan de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het wetsvoorstel belast het werkelijke rendement uit sparen en beleggen en moet een einde maken aan de tekortkomingen van het huidige forfaitaire stelsel. Tegelijkertijd benadrukt staatssecretaris Eerenberg dat de voorgestelde vermogensaanwasbelasting slechts een tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting.

kapitaalverlies

Herverdeling box 3 onmogelijk na onherroepelijke aanslag

De Hoge Raad oordeelt dat fiscale partners de verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet meer kunnen wijzigen als hun aanslagen al onherroepelijk vaststaan. Achterwaartse verliesverrekening maakt dat niet anders.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×