• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Beleggingsselectie gaat vóór op fiscale keuzes

13 februari 2017 door Jeroen Knol

Geregeld hoor ik de veel voorkomende misvatting dat het uitstellen van de 25% aan aanmerkelijk belangheffing financieel voordeel oplevert. De gedachte hierachter is dat het later betalen van de belasting een contant waardevoordeel oplevert. Dit is echter niet het geval. Een simpel voorbeeld ter verduidelijking.

De onzinnigheid van de AB-latentie

Een vennootschap met uitsluitend € 1 miljoen aan belegd vermogen heeft na aftrek van 25% een nettowaarde van € 750.000. Stel dat deze BV belegt tegen een vast rendement van 4% per jaar, dan verdubbelt het belegd vermogen in 18 jaar naar € 2 miljoen, na aftrek van 25% komt dat neer op € 1,5 miljoen. Wanneer ik vervolgens de contante waarde hiervan bereken door een interest van 4% en een termijn van 18 jaar op mijn calculator in te toetsen, verschijnt er een Present Value van € 750.000. Exact gelijk dus aan de huidige nettowaarde van deze BV. Natuurlijk ligt de contante waarde hoger wanneer er met een lagere rekenrente wordt gerekend. Het lijkt mij echter voor de hand te liggen om uit te gaan van het verwachte rendement en niet van een fictieve rekenrente.

 

Rendementsverwachting is bepalend

Hoe rendementen daarentegen worden belast, is echter wel relevant voor fiscale afwegingen binnen een vermogen. Zo ben ik in het voorgaand voorbeeld uitgegaan van een rendement in de BV van 4% na vennootschapsbelasting, hetgeen neerkomt op 5% bruto. Zou ditzelfde rendement daarentegen in privé in box 3 zijn gerealiseerd, dan bedroeg het netto-rendement 3,8%. De nettowaarde van de BV van € 750.000 zou in 18 jaar dan niet zijn aangegroeid naar € 1,5 miljoen, maar naar  € 1.467.000.

 

Alvorens fiscale keuzes te kunnen maken, is het dus relevant om de rendementsverwachting te kennen. Niet alleen voor de afweging om in de BV te beleggen of in privé, maar ook bijvoorbeeld bij de keuze om een eigen woningschuld af te lossen. Hierbij vergelijken we immers het te verwachten nettorendement in box 3 met de verschuldigde netto-rente in box 1. Naast de rendementsverwachting is het uiteraard ook relevant om de flexibiliteit te bekijken: is sprake van een onherroepelijke fiscale keuze of  blijft het mogelijk om het vermogen weer in liquide vorm om te zetten?

                         

Vermogensstructurering binnen Strategisch Vermogensplan

Om deze redenen bepalen wij binnen een Strategisch Vermogensplan allereerst hoe het  vermogen wordt belegd/geïnvesteerd vóórdat er fiscale keuzes worden gemaakt. De belegger baseert immers zijn keuzes op basis van het rendement dat hij op de lange termijn mag verwachten. Pas wanneer we dus weten waarin hij belegt, kennen we het verwachte rendement dat dan als uitgangspunt dient voor de fiscale afweging. De adviseur die het uitstellen van AB-heffing propagandeert, adviseert ook vaak om in de BV te beleggen met als argument dat koersverliezen dan aftrekbaar zijn. Naar mijn bescheiden mening totaal niet relevant, zo mag duidelijk zijn: wanneer ik immers een verlies verwacht, kies ik voor een andere belegging waar ik wel een positieve rendementsverwachting van heb.

 

Tijdens de PE-Pitstop op 14 april 2016 neemt drs. Jeroen Knol u mee in het opstellen van een Strategisch Vermogensplan voor de DGA.

> Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Blogs, Financiële planning, Overige

Reageer
Vorige artikel
Transfer pricing en belastingontwijking
Volgende artikel
Te hoge rekening-courantschuld dga onbelast weg te strepen?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Hoge Raad

Uitspraak Hoge Raad in twee zaken niet-bezwaarmakers box 3-heffing op 25 juni

Op donderdag 25 juni 2026 om 10.00 uur doet de Hoge Raad mondeling uitspraak in twee zaken van niet-bezwaarmakers tegen hun box 3-heffing. De zaken zijn door de staatssecretaris van Financiën geselecteerd om uit te procederen in een zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure.

grensarbeid

Geen cassatie na uitspraak over kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen

De staatssecretaris van Financiën heeft besloten geen beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de toepassing van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen (KBB).

Opinie | Valutaresultaten met betrekking tot een onzakelijke geldlening

In deze NTFR Opinie verdedigt em. prof. dr. R.P.C. Cornelisse dat valutaresultaten ter zake van een onzakelijke geldlening in beginsel tot de belastbare winst behoren. Echter, met een herijkingstijdstip – bij de crediteur – als op een rentevervaldatum de waarde in het economische verkeer van de rentevordering minder beloopt dan het nominale bedrag daarvan. Dit... lees verder

nieuwe pensioenwet; transitie

Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens aan

De Eerste Kamer heeft 16 juni ingestemd met de Wet herziening bedrag ineens. Daarmee wordt het mogelijk dat mensen bij pensionering maximaal 10 procent van hun pensioen in één keer opnemen.

verlies op certificaten

Tweede NnavV Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet houdt vast aan de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het wetsvoorstel belast het werkelijke rendement uit sparen en beleggen en moet een einde maken aan de tekortkomingen van het huidige forfaitaire stelsel. Tegelijkertijd benadrukt staatssecretaris Eerenberg dat de voorgestelde vermogensaanwasbelasting slechts een tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×