• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vrijstelling van > € 75.000 mogelijk voor nieuwe vereniging

24 januari 2022 door Remco Latour

Hoge Raad

Dr. H.J. Bresser geeft zijn commentaar op een arrest van de Hoge Raad. Uit dit arrest blijkt dat nieuwe stichtingen en verenigingen onder omstandigheden met een winst over vijf jaren van meer dan € 75.000 toch vrijgesteld kunnen blijven.

Een stichting of een vereniging (voor het gemak wordt hier verder alleen van verenigingen gesproken) met een onderneming is onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Zo geldt een vrijstelling als de winst van de vereniging in een kalenderjaar hoogstens € 15.000 bedraagt. Bij een hogere jaarwinst kan de vrijstelling nog steeds gelden. Tenminste, zolang het totaal aan jaarwinst over het desbetreffende kalenderjaar en de voorafgaande vier jaren hooguit € 75.000 bedraagt. De vraag is of deze tweede winstgrens ook (onverkort) toepasbaar is als de vereniging nog geen vijf jaar oud is. Advocaat-generaal (A-G) Wattel concludeerde dat men de tweede winstgrens ook mag toepassen bij een nieuwe vereniging. De A-G stelt dat daarbij geen aanpassing van het grensbedrag mag plaatsvinden. Zie ook NTFR 2020/2997 en ‘A-G komt met eigen werking winstgrens stichting’.

Tweede winstgrens onverkort toepassen

De Hoge Raad oordeelt dat de tweede winstgrens ook geldt voor een vereniging van minder dan vijf jaren oud. In zulke situaties blijft een aanpassing van het grensbedrag van € 75.000 achterwege. Maar gedurende de eerste vijf (boek)jaren vanaf de oprichting is wel het volgende van belang. In ieder jaar waarin de jaarwinst de € 15.000 overtreft, moet een toetsing plaatsvinden. Daarbij dient men na te gaan of het totaal aan winsten over dat jaar en de daaraan voorafgaande boekjaren meer bedraagt dan € 75.000. Zolang dat niet het geval is, is de winst van de vereniging onbelast. Wordt eenmaal de tweede winstgrens gepasseerd? Dan blijft in de daaropvolgende boekjaren iedere jaarwinst van hooguit € 15.000 onbelast.

Meer winst vrijgesteld dan tweede winstgrens

In bepaalde gevallen kan het gebeuren dat een vereniging gedurende haar eerste vijf (boek)jaren in totaal meer dan € 75.000 aan vrijgestelde winst geniet. Maar de Hoge Raad kent aan die consequentie onvoldoende gewicht toe om de wet anders uit te leggen. Dit alles geldt ook in gevallen waarin een vereniging pas enige tijd na haar oprichting een onderneming begint te drijven en daarna nog geen vijf (boek)jaren zijn verstreken. Voor de toetsing aan de tweede winstgrens is dan alleen de winst van belang die de vereniging heeft behaald sinds zij een onderneming is gaan drijven.

Reactie dr. H.J. Bresser

Taxence vroeg dr. H.J. Bresser, universitair docent bij de Radboud Universiteit en tevens werkzaam bij de Belastingdienst, om een commentaar. Hij zal dit arrest ook voorzien van een kritisch, meer uitgebreid commentaar in NTFR. Beide commentaren zijn geschreven op persoonlijke titel.

Stichtingen en verenigingen zijn van de vennootschapsbelasting vrijgesteld indien kort gezegd de jaarwinst minder is dan € 15. 000 en de winst tezamen met de winst van de voorafgaande vier jaren minder is dan € 75.000. Onduidelijk was hoe de tweede voorwaarde moet worden toegepast als de stichting of vereniging nog geen vijf boekjaren telt. De Hoge Raad heeft de knoop nu doorgehakt. De Hoge Raad beantwoordt ook nog twee niet gestelde vragen. Deze verduidelijking is meer dan welkom. Dat niettemin nog steeds onduidelijkheden resteren, bevestigt dat de vrijstelling een voorbeeld is van rammelende, niet goed doordachte, wetgeving.

Wet: art. 6, eerste lid Wet Vpb 1969

Bron: Hoge Raad 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:51, 20/00772

Nieuw in de Sdu webshop

€ 91,91

Wegwijs in de vennootschapsbelasting

BESTEL BIJ SDU

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Nog geen einde aan belastingontwijking piloten en cabinepersoneel KLM
Volgende artikel
Invorderingsrente over herroepelijke boete is mogelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

cyprus

A-G: technisch ab-regeling terecht toegepast op Cypriotische tussenhoudster

A-G Pauwels concludeert dat de technisch-ab-regeling terecht is toegepast op dividenden die een Cypriotische vennootschap ontvangt van een Nederlandse dochter. Volgens de A-G is sprake van een kunstmatige constructie waarmee Nederlandse belasting wordt ontgaan.

Kunstcollectie is zakelijke belegging ondanks voorkeur dga

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aankoop van een kunstcollectie een zakelijke belegging vormt. De persoonlijke voorkeur van de aandeelhouder voor bepaalde kunst maakt de uitgaven nog niet onzakelijk.

Internetconsultatie innovatiebox

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Financiën voeren gezamenlijk onderzoek uit naar de toegankelijkheid van de innovatiebox. Deze internetconsultatie vormt de eerste stap van het onderzoek en is gericht op het verzamelen van ervaringen van innovatieve bedrijven, adviseurs en brancheorganisaties met het gebruik van de innovatiebox in de vennootschapsbelasting.

Standpunt fiscale behandeling trusts

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft in samenwerking met de Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst enkele vragen beantwoord over de fiscale behandeling van trusts.

nob commentaar invorderingsrente

Onzakelijke aandeelhoudersleningen leiden tot dividendboetes

Hof Amsterdam oordeelt dat onzakelijke rentebetalingen op aandeelhoudersleningen verkapte winstuitdelingen vormen. De bv is bovendien grofschuldig doordat zij over deze uitdelingen geen dividendbelasting afdraagt.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×