• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Prejudiciële vraag aan HvJ: vormt overdracht verhuurd appartementencomplex een overgang van een algemeenheid van goederen

25 november 2025 door Redactie

subsidie VvE isolatie

Is de overdracht van een verhuurd appartementencomplex een overgang van een algemeenheid van goederen? De Hoge Raad legt hierover prejudiciële vragen voor aan het HvJ, met name over de toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 bij vrijgestelde verhuur en de rol van de intentie van de verkoper.

Belanghebbende heeft een kantoorgebouw getransformeerd naar een woongebouw met 77 woonappartementen. Afgezien van één appartement heeft belanghebbende de appartementen drieënhalve maand verhuurd, voordat zij het gebouw in verhuurde staat heeft geleverd aan een beleggingsmaatschappij. Die beleggingsmaatschappij heeft de verhuur ongewijzigd voortgezet.

De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de levering van het gebouw aan de beleggingsmaatschappij niet onder het bereik van art. 37d Wet OB 1968 (algemeenheid van goederen) valt. Volgens de inspecteur is een nieuw gebouw ontwikkeld met het oog op verkoop daarvan en niet met het oog op het ontwikkelen van een eigen economische activiteit bestaande in het duurzaam exploiteren van dat gebouw. Nu het gebouw binnen twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming is geleverd, is die levering belast met omzetbelasting. Op die grond is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd.

Volgens hof Arnhem-Leeuwarden (17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4044, NTFR 2022/2147) is de levering van het gebouw aan te merken als een overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 37d Wet OB 1968, zodat geen sprake is van een levering (niet-leveringsbeginsel) en die overdracht dus buiten de heffing van omzetbelasting blijft. Het hof heeft de naheffingsaanslag daarom vernietigd.

De staatssecretaris heeft cassatieberoep ingesteld. Daarin is aangevoerd dat de aard van de economische activiteit van belanghebbende ‘projectontwikkeling’ is en het gebouw een tot de voorraad van de projectontwikkelaar behorende zaak vormt. De koper – een beleggingsmaatschappij – had niet de bedoeling deze activiteit voort te zetten en bij deze maatschappij vormt het gebouw een bedrijfsmiddel dat een heel andere economische functie vervult. Dit brengt mee dat sprake is van een levering van een goed zonder meer.

De Hoge Raad werpt eerst de vraag op of het niet-leveringsbeginsel ook kan gelden in gevallen waarin de betrokken goederen, zoals in het onderhavige geval, worden gebruikt voor een van btw vrijgestelde economische activiteit (vrijgestelde verhuur). De Hoge Raad legt deze vraag voor aan het hof van Justitie. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 aan de orde. In dat verband twijfelt de Hoge Raad eraan of daarbij de intentie van de verkoper van belang is. Is voor toepassing van artikel 37d Wet OB 1968 vereist dat degene die een onroerend goed ontwikkelt en verkoopt, de intentie heeft gehad om zelf duurzaam het onroerend goed te exploiteren. Of volstaat dat dit onroerend goed door de verkoper wordt verhuurd en wordt geleverd in verhuurde staat, zodat met dit onafscheidelijke geheel een zelfstandig economische activiteit kan worden uitgeoefend. Ook deze vraag is voorgelegd aan het hof van Justitie.

Wet: art. 7, lid 2, art. 11, lid 1, letter a, art. 11, lid 1, letter r, en art. 37d Wet OB 1968 en art. 19, art. 135 en art. 136 btw-richtlijn 2006

Bron: Hoge Raad, 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1732, 22/02347 | NDFR

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws, Omzetbelasting (btw)

Reageer
Vorige artikel
Beoordeling ‘substantieel werk’ bij grensarbeid strikt op 25%-norm
Volgende artikel
Standpunt interne compensatie tussen IB en PVV bij ambtshalve vermindering belastingaanslag

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Nultarief accijnsgoederen mag niet afhangen van fiscaal vertegenwoordiger

Hof Den Haag oordeelt dat het nultarief voor accijnsgoederen niet mag worden geweigerd enkel omdat een buitenlands gevestigde bv geen fiscaal vertegenwoordiger heeft aangesteld. Die eis is in strijd met het Unierecht.

Standpunt kwalificatie artistieke creatie in de vorm van muurschildering

De Kennisgroep omzetbelasting heeft de vraag beantwoord of het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering kwalificeert als het schilderen van een woning.

douane aanpak accijnsfraude

Besluit Toelichting Tabel II (btw-nultarief) geactualiseerd

Het besluit van 8 februari 2026 actualiseert en vervangt het eerdere Besluit Toelichting Tabel II van 20 december 2023. Het betreft beleidsregels over de toepassing van het btw-nultarief zoals opgenomen in Tabel II bij de Wet op de omzetbelasting 1968.

Appartementsrecht kwalificeert voor 70% als woning

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een voormalig winkel-/kantoorappartement voor 70% als woning geldt voor de overdrachtsbelasting. Voor dat deel mag het 2%-tarief worden toegepast, voor het overige 30% het algemene tarief van 10,4%.

vvv en btw

Intrekking besluit Heffing omzetbelasting verenigingen voor vreemdelingenverkeer

Het besluit Heffing van omzetbelasting ten aanzien van verenigingen voor vreemdelingenverkeer van 1 januari 2002, nr. CPP2001/2155M, wordt per 1 januari 2027 ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

AGENDA

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×