De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de vergoedingen die een coassistent ontvangt.
De cao Universitaire Medische Centra 2024-2025 bepaalt dat coassistenten vanaf 1 juli 2025 recht hebben op een maandelijkse kostenvergoeding van € 120 per maand. De kostenvergoeding van een Universitair Medisch Centrum dient ter tegemoetkoming van de studiekosten.
De cao Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen 2025-2027 bepaalt dat coassistenten maandelijks € 150 aan studiekosten mogen declareren. Daarnaast hebben ze recht op een stagevergoeding van € 150 per maand. De stagevergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd en dient ter tegemoetkoming voor kosten van levensonderhoud.
De coassistenten ontvangen naast de hiervoor genoemde vergoedingen eventueel een reiskostenvergoeding van het betreffende UMC of ziekenhuis. Coassistenten staan ingeschreven bij een universiteit en zijn daardoor collegegeld verschuldigd gedurende hun coschappen.
Bij de beantwoording van onderstaande vragen wordt ervan uitgegaan dat de arbeidsrelatie tussen het betreffende UMC of ziekenhuis en de coassistent niet is aan te merken als een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Of in een bepaalde situatie sprake is van een dienstbetrekking is afhankelijk van de feiten en omstandigheden en staat ter beoordeling van de inspecteur.
Vragen
- Is de arbeidsrelatie tussen een UMC en een coassistent aan te merken als een fictieve dienstbetrekking in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, Wet LB 1964?
- Is de arbeidsrelatie tussen een ziekenhuis en een coassistent aan te merken als een fictieve dienstbetrekking in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, Wet LB 1964?
- Kan de vrijwilligersregeling in de zin van artikel 3.96, onderdeel c, van de Wet IB 2001 of artikel 2, zesde lid, Wet LB 1964 of allebei van toepassing zijn?
Antwoord
- Nee. De arbeidsrelatie tussen een UMC en een coassistent die, uitsluitend recht heeft op een kostenvergoeding (cao UMC 2024-2025) kwalificeert niet als fictieve dienstbetrekking.
- Ja. De arbeidsrelatie tussen een ziekenhuis en een coassistent, die recht heeft op een kosten- en een stagevergoeding (cao NVZ 2025-2027), kwalificeert als fictieve dienstbetrekking, omdat de omvang van het totaal aan vergoedingen toepassing van de vrijwilligersregeling uitsluit.
- Ja. De coassistent bij een UMC die een vergoeding ontvangt, waarvan de hoogte van het bedrag onder de normbedragen van de vrijwilligersregeling blijft, kan mits hij ook aan de overige voorwaarden voldoet als vrijwilliger worden aangemerkt voor toepassing van artikel 3.96, onderdeel c, Wet IB 2001 of artikel 2, zesde lid, Wet LB 1964 of allebei. De coassistent bij een ziekenhuis niet, omdat de omvang van het totaal aan vergoedingen toepassing van de vrijwilligersregeling uitsluit.





Geef een reactie