De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een aantal standpunten gewijzigd.
KG:070:2022:3 Ingegane oudedagsverplichting en omzetting in lijfrenterekening: minimale uitkeringsduur: dit standpunt is aangepast in verband met wetswijzigingen.
De dga heeft een oudedagsverplichting bij zijn eigen bv, waarvan de uitkeringen zijn ingegaan. De dga wil de ODV omzetten in een lijfrenterekening. De dga is op dat moment zestien jaar ouder dan zijn AOW-leeftijd.
Vragen
- Wat is in deze situatie de minimale uitkeringsduur van de lijfrenterekening, indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, onder 3o, van de Wet IB 2001?
- Wat is in deze situatie de minimale uitkeringsduur van de lijfrenterekening, indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar niet hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, onder 3o, Wet IB 2001?
Antwoorden
- De minimale uitkeringsduur is vier jaar.
- De minimale uitkeringsduur is vijf jaar.
KG:070:2023:2 Vervreemden/splitsen van een kapitaalverzekering eigen woning in het kader van echtscheiding: dit standpunt is verduidelijkt en toegespitst op de KEW.
Een man en zijn partner hebben op beider naam een kapitaalverzekering eigen woning. Het tegoed op de KEW behoort aan beiden voor de helft toe. De man en vrouw scheiden. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man de eigen woning en de eigenwoningschuld krijgt toebedeeld. Die toedeling heeft al plaatsgevonden. De vrouw woont in een huurwoning. Bij de aanbieder heeft nog geen wijziging in de tenaamstelling van de KEW plaatsgevonden. De KEW staat dus nog zowel op naam van de man als de vrouw.
Vragen
- Wordt de KEW geacht volledig tot uitkering te komen wanneer één van beide verzekeringnemers, niet zijnde fiscaal partners, geen eigen woning meer heeft in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001?
- De man wil zijn helft van de KEW afkopen op het moment dat beiden nog verzekeringnemer zijn. Kan de man gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling?
- Kan de vrouw voor de fictieve uitkering van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling op het moment dat zij geen eigen woning meer heeft?
- De vrouw wil haar deel van de verzekering na haar verhuizing naar een huurwoning afkopen op het moment dat beiden nog verzekeringnemer zijn. Wat zijn de fiscale gevolgen?
Antwoorden
- Nee. De KEW komt niet volledig fictief tot uitkering, maar slechts voor de helft, namelijk voor het aandeel van de verzekeringnemer die geen eigen woning meer heeft.
- Ja. De man kan voor zijn helft van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling, als wordt voldaan aan de in artikel 10bis.6, eerste lid, Wet IB 2001 gestelde voorwaarden.
- Ja. Als de vrouw geen eigen woning meer heeft, komt de KEW fictief voor de helft tot uitkering, zie antwoord 1. De vrouw kan voor haar helft van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling zonder dat de uitkering heeft gediend voor aflossing van de EWS (artikel 10bis.6, tweede lid, onderdeel a, Wet IB 2001).
- Haar helft van de verzekering valt na haar verhuizing in box 3 en kan daarna zonder heffing van inkomstenbelasting worden afgekocht.
KG:070:2023:14 Aftrekbaarheid premies lijfrente meerderjarig invalide (klein)kind: dit standpunt is uitgebreid met vragen 4 en 5.
De belastingplichtige en zijn partner hebben een invalide (klein)kind. Er wordt een lijfrente afgesloten als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001. Het (klein)kind is op de polis opgenomen als verzekerde en enige begunstigde. De belastingplichtige (hierna: de (groot)ouder) betaalt de premies voor de lijfrente.
Vragen
- Bij wie zijn de premies voor de lijfrente aftrekbaar, als het (klein)kind als verzekeringnemer is opgenomen en de (groot)ouder als premiebetaler?
- Bij wie zijn de premies voor de lijfrente aftrekbaar, als de (groot)ouder als verzekeringnemer is opgenomen?
- Is een bancaire variant voor de lijfrente mogelijk?
- Is de premieaftrek ook mogelijk als het (klein)kind op het moment van premiebetaling nog niet invalide is, maar gelet op de medische prognose wel invalide zal zijn op het moment dat de uitkeringen ingaan?
- Is de premieaftrek aan een vastgesteld maximumbedrag gebonden?
Antwoorden
- De premies zijn aftrekbaar bij de (groot)ouder die als premiebetaler op de polis is opgenomen.
- De premies zijn aftrekbaar bij de (groot)ouder die als verzekeringnemer op de polis is opgenomen.
- Nee. Een bancaire variant is voor deze lijfrente niet mogelijk.
- Ja, als voldoende duidelijkheid bestaat over de te verwachten toekomstige invaliditeit van het (klein)kind.
- Nee. In de Wet IB 2001 is geen getalsmatig maximum opgenomen. Er geldt echter wel een bepaalde mate van begrenzing van de premieaftrek. De lijfrente moet (kunnen) voorzien in het levensonderhoud van het (klein)kind.




Geef een reactie