De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de waardering van vorderingen en schulden in box 3.
In het verleden heeft belastingplichtige A onder strikt zakelijke voorwaarden € 300.000 geleend van belastingplichtige B ter financiering van een tweede woning. Hierbij zijn zij overeengekomen dat de lening 20 jaar aflossingsvrij is. Belastingplichtige A heeft dus een schuld en belastingplichtige B heeft een vordering. Zij zijn een rentepercentage overeengekomen van 4,5% en dit rentepercentage staat voor 20 jaar vast. De lening mag niet eerder boetevrij worden afgelost. Voor zowel belastingplichtige A als B valt de schuld respectievelijk de vordering in box 3.
In enig jaar wijkt de marktrente van een lening met vergelijkbare voorwaarden (zoals overeenkomstige looptijd, zekerheden, debiteurenrisico, aflossingsschema, etc.) af van de contractueel overeengekomen vaste rente op de lening. Zowel A als B dienen de waarde van hun schuld respectievelijk vordering op peildatum aan te geven in box 3.
Vragen
- Voor welke waarde moet een schuld met een vaste looptijd (zonder boetevrije vervroegde aflossingsmogelijkheid) in aanmerking worden genomen in box 3 wanneer de contractrente afwijkt van (lees: hoger of lager ligt dan) de marktrente op de peildatum?
- Voor welke waarde moet een niet direct opeisbare vordering in aanmerking worden genomen in box 3 wanneer de contractrente afwijkt van (lees: hoger of lager ligt dan) de marktrente op de peildatum?
- Heeft de niet-verhandelbaarheid van een vordering of schuld invloed op de waarde in het economische verkeer?
Antwoorden
- Een schuld dient tegen de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen. De waarde in het economische verkeer van een schuld is normaal gesproken, op het moment dat deze onder zakelijke condities wordt overeengekomen, gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Wanneer echter (zoals in casu) een rentevaste periode wordt overeengekomen en de contractrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de marktrente, dan wordt de waarde in het economische verkeer van de schuld geacht gelijk te zijn aan de contante waarde (ook wel: de actuele waarde) van de schuld.
- Een vordering dient tegen de waarde in het economische verkeer in aanmerking te worden genomen. De waarde in het economische verkeer van een vordering is normaal gesproken, op het moment dat deze onder zakelijke condities wordt overeengekomen, gelijk aan de nominale waarde van de vordering. Wanneer echter (zoals in casu) een rentevaste periode wordt overeengekomen en de contractrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de marktrente, dan wordt de waarde in het economische verkeer van de vordering geacht gelijk te zijn aan de contante waarde (ook wel: de actuele waarde) van de vordering.
- Nee, in beginsel wordt de waarde in het economische verkeer van vorderingen en schulden niet beïnvloed door de niet-verhandelbaarheid ervan.





Geef een reactie