Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat Nederland bij remigratie geen step-down mag toepassen op de verkrijgingsprijs van aandelen in een Poolse holding. Daardoor blijft de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang € 10.004.000.
Een man met de Nederlandse nationaliteit emigreert in 2003 naar Polen. Hij houdt dan alle aandelen in een Nederlandse beheer-bv en in een Poolse vennootschap. In 2018 brengt hij deze aandelen via een storting op aandelen in een Poolse holding in. De waarde van de aandelen in de beheer-bv bedraagt op dat moment € 8.692.000 en de waarde van de Poolse vennootschap € 1.312.000. Polen heft niet over de vermogenswinst, omdat de Poolse wetgeving een doorschuiffaciliteit kent. Kort daarna remigreert de man naar Nederland vanwege een echtscheiding. De inspecteur stelt de verkrijgingsprijs van de aandelen in de Poolse holding vast op € 1.747.148. In geschil is of de inspecteur terecht een step-down toepast op grond van art. 16 lid 11 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Goede verdragstrouw verhindert step-down
Het hof stelt vast dat de man bij de inbreng van de aandelen in de beheer-bv een vervreemdingsvoordeel van € 8.256.852 realiseert. Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Polen is dat voordeel op dat moment exclusief toegewezen aan Polen. Toepassing van de step-down zorgt ervoor dat Nederland dit voordeel bij een latere vervreemding van de aandelen in de Poolse holding alsnog in de heffing kan betrekken. Daarmee eigent Nederland zich feitelijk een heffingsrecht toe dat het verdrag aan Polen toekent. Dat is volgens het hof in strijd met de goede trouw die Nederland als verdragspartner tegenover Polen in acht moet nemen. Daarom blijft artikel 16 lid 11 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 buiten toepassing.
Geen belang of Polen echt heft
Volgens het hof maakt het niet uit dat Polen feitelijk geen belasting heft over de aandeleninbreng. Voor de verdragstrouw is beslissend of Polen op grond van het verdrag het exclusieve heffingsrecht heeft, niet of Polen dat recht ook gebruikt. Ook het arrest van de Hoge Raad over immigratie vanuit België leidt niet tot een ander oordeel, omdat in die zaak geen realisatie van de waardeaangroei had plaatsgevonden. Hier is het voordeel bij de inbreng in 2018 wél gerealiseerd. Het hof bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De verkrijgingsprijs van de aandelen in de Poolse holding blijft € 10.004.000.
Wet: art. 4.21 Wet IB 2001 en art. 16 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-05-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2988, 23/2962 | NDFR






Geef een reactie