In de beantwoording van Kamervragen over het CPB-rapport De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens onderschrijft staatssecretaris Eerenberg de centrale boodschap van het CPB dat toenemende verschillen in inkomen en vermogen op termijn negatieve gevolgen kunnen hebben voor kansengelijkheid en maatschappelijke welvaart.
Tegelijkertijd wijst hij erop dat deze constatering niet nieuw is en dat de afgelopen jaren al diverse maatregelen zijn genomen om inkomen uit vermogen evenwichtiger te belasten. Daarbij noemt hij onder meer de verhoging van het lage Vpb-tarief, de invoering van de Wet excessief lenen en de introductie van twee tarieven in box 2. Ook wordt gewerkt aan een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement.
Ten aanzien van directeur-grootaandeelhouders (dga’s) stelt het kabinet dat aanmerkelijkbelangvermogen volgens de gangbare CBS-definitie terecht wordt meegeteld als huishoudvermogen. Tegelijkertijd worden pensioenvermogens, zowel in de tweede pijler als in oudedagsvoorzieningen binnen een bv, niet meegenomen in vermogensstatistieken. Het kabinet erkent dat het meetellen van pensioenvermogen de gemeten vermogensongelijkheid aanzienlijk verlaagt.
Huizenprijzen
De staatssecretaris wijst erop dat de vermogensgroei van huishoudens in belangrijke mate samenhangt met stijgende huizenprijzen. Hierdoor zijn verschillen tussen woningeigenaren en huurders toegenomen. Ook zijn aanmerkelijkbelangvermogens van dga’s sterk gegroeid. Hoewel de hoogste vermogens het sterkst zijn toegenomen, is volgens het kabinet de materiële welvaart in bredere zin voor veel huishoudens gestegen.
Verder benadrukt het kabinet dat herverdeling in Nederland vooral plaatsvindt via overheidsuitgaven, toeslagen en sociale voorzieningen, en minder via belastingen. Nederland kent volgens de staatssecretaris nog steeds een relatief gelijke inkomensverdeling binnen Europa. Hij ziet daarom geen aanleiding om te concluderen dat de huidige inkomens- en vermogensverdeling te scheef is, maar onderschrijft wel het belang van een evenwichtige koopkrachtontwikkeling.
Bij de hervorming van het belastingstelsel wil het kabinet fiscale regelingen kritischer beoordelen op doelmatigheid en effectiviteit. Het kabinet deelt de CPB-opvatting dat fiscale prikkels beter gericht kunnen worden op innovatie, investeringen en ondernemerschap. Ook verwacht het kabinet dat een nieuw box 3-stelsel de mogelijkheden voor arbitrage tussen box 2 en box 3 verkleint. De CPB-aanbevelingen worden meegenomen in de aangekondigde hervormingsagenda voor het belasting- en toeslagenstelsel.





Als met “doelmatigheid en effectiviteit” bedoeld gaat worden de mate waarin de beter gesitueerde belastingplichtige in staat is zijn betaling langdurig uit te stellen, b.v. tot de volgende generatie of nog verder, dan is het al goed geregeld.