De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft de vraag beantwoord of de aanpassing van de overeengekomen rente op een onzakelijke lening naar de zogenoemde vuistregelrente een neerwaartse aanpassing op grond van het zakelijkheidsbeginsel is. Daarnaast heeft de Kennisgroep bijzondere winstbepaling de vraag beantwoord naar de toepasselijkheid van artikel 8bb Wet Vpb 1969 op deze neerwaartse aanpassing.
Een belastingplichtige verstrekt een lening van € 1.000 aan haar in het buitenland belastingplichtige 100%-deelneming. De lening kwalificeert als een onzakelijke lening als bedoeld in HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442. Voor de fiscale winstberekening gaat de belastingplichtige uit van de zogenoemde vuistregelrente van 3% (€ 30), terwijl de overeengekomen rente 5% (€ 50) bedraagt. De deelneming brengt de overeengekomen rente volledig ten laste van haar fiscale winst.
Vragen
- Is de neerwaartse aanpassing van de overeengekomen rente van 5% op de onzakelijke lening naar de gehanteerde vuistregelrente van 3% aan te merken als een neerwaartse aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel?
- Is artikel 8bb Wet Vpb 1969 van toepassing op de neerwaartse aanpassing van de overeengekomen rente van 5% op de onzakelijke lening naar de gehanteerde vuistregelrente van 3%?
Antwoorden
- Ja. De aanpassing van de overeengekomen rente van 5% naar de gehanteerde vuistregelrente van 3% moet worden aangemerkt als een neerwaartse aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel.
- Ja. Er is sprake van een neerwaartse aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 8ba Wet Vpb 1969. Artikel 8bb Wet Vpb 1969 is hierop van toepassing. Bij het bepalen van de winst van de belastingplichtige blijft de neerwaartse aanpassing van de overeengekomen rente van 5% naar de vuistregelrente van 3% (€ 20) daarom buiten aanmerking.





Geef een reactie