De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord of het Besluit algemeen nut investeringen van toepassing kan zijn op een aandelenbezit dat krachtens schenking is verkregen.
Naar aanleiding van de publicatie van het besluit van 15 maart 2024, nr. 2024-6086 – ANBI. Bestedingscriterium. Algemeen nut investeringen is een aantal vragen gerezen over enkele casusposities in relatie tot dit besluit. De beantwoording van enkele van deze vragen leidt tot een afbakening van het begrip ‘investering’ zoals dat is opgenomen in het Besluit algemeen nut investeringen. De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen beantwoordde in zijn standpunt KG:211:2026:5 de vraag of de overdracht van activiteiten tegen uitreiking van aandelen kwalificeert als een investering. In het verlengde daarvan is de vraag voorgelegd of het Besluit algemeen nut investeringen van toepassing kan zijn op een aandelenbezit dat krachtens schenking is verkregen.
Vraag
- Kwalificeert de verkrijging van de aandelen in een vennootschap, krachtens schenking, als een algemeen nut investering zoals bedoeld in het Besluit algemeen nut investeringen?
- Wanneer vraag 1 ontkennend wordt beantwoord, wat is dan de positie van het aangehouden aandelenbelang in het vermogen van de ANBI in relatie tot artikel 1a, eerste lid, aanhef en letter d, juncto artikel 1b, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994?
Antwoord
- Nee, de verkrijging van aandelen in een bestaande vennootschap krachtens schenking kwalificeert niet als een investering als bedoeld in het Besluit algemeen nut investeringen.
- In het besluit wordt een afbakening gegeven wanneer een ANBI in ieder geval voldoet aan de bestedingseis van artikel 1a, eerste lid, aanhef en letter d, juncto artikel 1b, eerste lid, UR AWR. Nu het verkrijgen van de aandelen krachtens schenking niet kwalificeert als een investering, moet aan de hand van de feiten en omstandigheden worden beoordeeld of het voor de ANBI redelijkerwijs noodzakelijk is om het daarmee gemoeide vermogen aan te houden. Die beoordeling is aan de inspecteur.
Bron: Belastingdienst, 26 juni 2026





Geef een reactie