Het besluit wijzigt het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) naar aanleiding van de implementatie van de Europese richtlijnen DAC8 en DAC9 en de Wet minimumbelasting 2024. De wijzigingen bevatten nieuwe boeteregels voor informatieverplichtingen rond cryptoactiva en de wereldwijde minimumbelasting, en voorzien daarnaast in een tijdelijke versoepeling van het boetebeleid tijdens de opstartfase.
Als gevolg van DAC8 en DAC9 zijn de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB), de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Wet minimumbelasting 2024 aangepast. Omdat deze wetgeving nieuwe informatieverplichtingen en boetegrondslagen introduceert, wordt ook het BBBB aangepast.
Voor de eerste aangifteperiode onder de Wet minimumbelasting 2024 geldt een tijdelijke tegemoetkoming. Vanwege internationale implementatie- en systeemproblemen worden tot en met 31 oktober 2026 geen verzuimboeten opgelegd voor het te laat doen van de aangifte of het te laat betalen van de minimumbelasting. Volgens de toelichting kan belastingplichtigen gedurende deze opstartfase redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt. Vanaf 1 november 2026 vervalt deze uitzondering en kunnen verzuimboeten weer worden opgelegd.
Verder worden de boetebepalingen aangepast aan de nieuwe informatieverplichtingen uit DAC8. De maximale vergrijpboete voor het niet naleven van de informatieverplichtingen van artikel 11 WIB wordt verhoogd naar de zesde boetecategorie (€ 1.100.000 in 2026), zodat alle boetegrondslagen binnen artikel 11 WIB gelijk worden getrokken. Daarnaast worden nieuwe beleidsregels opgenomen voor de handhaving van binnenlandse informatieverplichtingen op grond van artikel 67fa AWR (DAC7 en DAC8) en voor overtredingen van de rapportageverplichtingen uit de Wet minimumbelasting 2024, waaronder de DAC9-verplichting om gegevens uit de bijheffing-informatieaangifte met andere staten uit te wisselen. De hoogte van de vergrijpboeten wordt in deze gevallen afgestemd met de vaktechnisch coördinator formeel recht. Daarnaast bevat het besluit enkele technische wijzigingen, waaronder aangepaste verwijzingen in de omzetbelasting en herstel van onjuiste verwijzingen in bestaande bepalingen.
De meeste onderdelen van het besluit treden in werking op 8 augustus 2026. De bepalingen waarmee de tijdelijke boetevrijstelling eindigt, treden op 1 november 2026 in werking.
Bron: Besluit van 30 juli 2026, nr. 2026-14582, Ministerie van Financien, Stcrt. 2026, 27767






Geef een reactie