Het Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026 is in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit besluit bevat beleid over de uitleg van bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting en dubbele niet-belasting bij de belastingheffing in de winstsfeer.
Dit besluit vervangt het besluit van 16 juni 2023, nr. 2023-11648 (Stcrt. 2023, 17534).
In dit besluit zijn recente kennisgroepstandpunten opgenomen. In verband daarmee zijn de volgende onderdelen toegevoegd aan dit besluit:
- Toepassing van een belastingverdrag op scheepvaartwinst uit verschillende ondernemingen (onderdeel 2.8.2.);
- Kwalificatie Zwitserse Anlagestiftung onder het verdrag met Zwitserland (onderdeel 2.10.7.);
- Geen vermindering van dividendbelasting bij inkoop van aandelen onder de verdragen met Duitsland en Zwitserland (2.10.8.);
- Verbod extraterritoriale belastingheffing onder het verdrag met Frankrijk in relatie tot de Wet BB 2021 (onderdeel 2.10.9.);
- Verrekening van bronbelasting op interest over een mezzaninelening onder het verdrag met Duitsland (onderdeel 2.11.4.);
- Door bank ontvangen vergoedingen, het begrip interest en tweede limiet (onderdeel 2.11.5.);
- Kwalificatie van huurbetalingen inzake vorkheftrucks, vrachtwagens, containers en pallets als royaltyvergoeding onder de verdragen met Polen, Tsjechië, Italië en Portugal (onderdeel 2.12.3.);
- Kwalificatie van vergoedingen voor softwarelicentie onder het verdrag met China (2013) en het verdrag met Zuid-Korea (1978) (onderdeel 2.12.4.);
- Buitengaatsbepaling onder het verdrag met Denemarken (onderdeel 2.24.1.);
- Overgangsregeling oude inhaalverliezen, reikwijdte artikel 33b, derde lid, Wet Vpb 1969 (onderdeel 4.4.5.);
- Kwalificatie locatie voor verhuur vervoermiddelen als vaste inrichting onder een belastingverdrag (onderdeel 4.5.2.).
Daarnaast bevat dit besluit een nadere verduidelijking over de afgifte van woonplaatsverklaringen aan in Nederland gevestigde maar van winstbelasting vrijgestelde lichamen (onderdeel 2.4.2). Tevens is in dit besluit een nieuw onderdeel opgenomen over de zogeheten thuiswerk-vaste inrichting (onderdeel 2.5.3.). De overige aanpassingen in het besluit zijn redactioneel van aard. Hiermee zijn geen inhoudelijke wijziging beoogd.
Het besluit treedt in werking met ingang van 20 augustus 2026. Het besluit van 16 juni 2023 is ingetrokken met ingang van 20 augustus 2026.
Bron: Besluit van 6 augustus 2026, nr. 2026-1555, Ministerie van Financiën, Stcrt. 2026, 29108






Geef een reactie