Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van een pensioenfonds, een bv en een voormalige werkgever gelden als pensioen onder het belastingverdrag met België, waardoor Nederland het heffingsrecht heeft.
Een man woont van 2020 tot en met 2023 in België en heeft tot medio 2020 een dienstbetrekking bij zijn werkgever. Daarna ontvangt hij een UWV-uitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van een pensioenfonds, een bv en zijn voormalige werkgever, en een particuliere uitkering van een verzekeringsmaatschappij. Hij geeft deze inkomsten aan en de inspecteur legt de aanslagen conform op. Naar aanleiding van vrijstellingsverzoeken die de man in 2024 indient, onderzoekt de inspecteur de aangiften opnieuw en legt navorderingsaanslagen IB/PVV 2020 tot en met 2023 op. Partijen zijn verdeeld over de vraag of navordering mag en of Nederland heffingsrecht heeft over de uitkeringen.
Vrijstellingsverzoek is nieuw feit
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur mag uitgaan van de juistheid van de aangiften, tenzij hij redelijkerwijs moet twijfelen. Dat is hier niet zo, omdat het niet ongebruikelijk is dat heffingsrechten aan het woonland toekomen. Dat in voorlopige aanslagen staat dat gegevens nog worden gecontroleerd, betekent niet dat dit ook is gebeurd; de aangiften doorlopen alsnog (deels) het geautomatiseerde proces. Pas de vrijstellingsverzoeken uit 2024 vormen daarom het nieuwe feit dat navordering rechtvaardigt.
Uitkering telt als pensioen
Voor de UWV-uitkering in de periode voor de beëindiging van het dienstverband wijst het verdrag het heffingsrecht toe aan Nederland op grond van artikel 18, zesde lid. Voor de uitkeringen van het pensioenfonds, de bv en de werkgever oordeelt de rechtbank dat dit pensioenen zijn in de zin van artikel 19, tweede lid van het verdrag. Omdat het verdrag geen omschrijving van pensioen geeft, kijkt de rechtbank naar de Wet op de loonbelasting 1964. Een arbeidsongeschiktheidsuitkering die langer dan een jaar duurt en niet uitgaat boven wat redelijk is, geldt daarin als pensioenuitkering. Dat is hier het geval, en het heffingsrecht komt daarom toe aan Nederland. Voor de particuliere uitkering van de verzekeringsmaatschappij heeft België echter het heffingsrecht op grond van artikel 18, eerste lid. De navorderingsaanslagen IB/PVV 2021 tot en met 2023 worden daarom verminderd.
Wet: art. 16 AWR en art. 18 en 19 Verdrag Nederland-België






Geef een reactie