Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een buitenlandse student ondanks een eerdere stage in Nederland kan kwalificeren als ingekomen werknemer voor de 30%-regeling. Ook voldoet hij aan de loonnorm voor specifieke deskundigheid.
Een buitenlandse student komt in september 2023 naar Nederland en loopt vanaf oktober voor € 500 bruto per maand stage bij een bedrijf. De stage is gericht op het opdoen van kennis over data science en het afronden van zijn masterscriptie. Vanaf 1 februari 2024 treedt hij bij een concernvennootschap in dienst als junior data engineer. Op dat moment verblijft hij nog bij een vriend en staat hij als niet-ingezetene geregistreerd. Later krijgt hij een eigen woning en schrijft hij zich in als ingezetene. De inspecteur weigert de 30%-regeling. In geschil is of de man uit het buitenland is aangeworven en of hij voldoet aan de loonnorm voor specifieke deskundigheid.
Stage verhindert aanwerving niet
De rechtbank stelt vast dat moet worden gekeken naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst op 30 januari 2024 is gesloten. De eerdere werkzaamheden kwalificeren als stage in het kader van een opleiding. Daarbij is van belang dat de stage primair gericht is op kennisvergaring en persoonlijke ontwikkeling en niet op productieve arbeid tegen loon. Dat de stage geen verplicht onderdeel is van het curriculum, maakt dit niet anders. Ook woont de man op dat moment fiscaal nog niet in Nederland. Hij verblijft slechts tijdelijk bij een vriend, heeft geen eigen woonruimte en zijn sociale en persoonlijke banden liggen grotendeels in het buitenland. Hij kwalificeert daarom als uit het buitenland aangeworven werknemer.
Fiscaal loon voldoet aan loonnorm
Voor de specifieke deskundigheid geldt in 2024 een loonnorm van € 46.107. Hoewel in de arbeidsovereenkomst per abuis een te lage lunchvergoeding staat, blijkt uit verklaringen en loonstroken dat feitelijk steeds € 69,55 per maand in het fiscale loon is meegenomen. Het fiscale jaarloon bedraagt daardoor € 46.194,60 en ligt boven de vereiste loonnorm. De man voldoet daarmee aan alle voorwaarden. De 30%-regeling wordt toegekend vanaf 1 september 2025 voor 37 maanden, nadat eerder verblijf en eerdere tewerkstelling in mindering zijn gebracht.
Wet: art. 31a lid 2 onderdeel e Wet LB 1964 en art. 10e; 10ea; 10eb, 10ec en art. 10ef UBLB 1965
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 11-05-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5589, HAA 26/299 | NDFR





Geef een reactie