Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat niet-ingehouden loonheffing niet tot het belastbaar inkomen van een dga behoort als de inspecteur niet aannemelijk maakt dat dit bedrag op een andere manier aan hem ten goede is gekomen.
Een dga geeft voor 2023 een loon van € 29.880 van zijn bv aan en € 7.442 aan ingehouden loonheffing. De inspecteur stelt het belastbaar inkomen uit werk en woning overeenkomstig de aangifte vast, maar corrigeert de ingehouden loonheffing naar nihil. Volgens de dga heeft zijn bv de loonheffing wel van zijn loon afgezonderd. Als dat niet zo is, stelt hij dat hij erop mocht vertrouwen dat zijn bv de loonheffing zou inhouden. Subsidiair voert hij aan dat, als geen loonheffing is ingehouden, het bedrag van € 7.442 ook niet door hem is genoten.
Geen verrekening maar ook geen loon
De rechtbank oordeelt dat de dga niet aannemelijk maakt dat de bv de € 7.442 daadwerkelijk heeft ingehouden of dat hij erop mocht vertrouwen dat dit zou gebeuren. De loonheffing kan daarom niet worden verrekend. De inspecteur maakt echter evenmin aannemelijk dat het bedrag op een andere manier aan de dga ten goede is gekomen. De € 7.442 behoort daarom niet tot zijn belastbaar inkomen. Het beroep op interne compensatie vanwege een hoger gebruikelijk loon is te laat gedaan.
Wet: art. 3.146 Wet IB 2001, art. 12a en art. 13a Wet LB 1964
Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 08-09-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3900, LEE 25/3524 | NDFR





Geef een reactie