• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Ook overdrachtsbelastingvrijstelling bij schenking van aandelen in art. 4 WBR lichaam

29 juli 2016 door Marieke Jansen

Toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de overdrachtsbelasting is mogelijk als het verkregene een materiële onderneming vormt, ook wanneer die onderneming wordt gedreven door een rechtspersoon volgens Rechtbank Noord-Nederland.

Bij akte van schenking van 31 december 2014 schonk een moeder aan haar kind 100% van de aandelen in een vennootschap (een artikel 4 WBR lichaam). Deze vennootschap bezat onder andere onroerende zaken en 100% van de aandelen in een andere bv. Er ontstond discussie over de samenloop tussen artikel 4 WBR (regeling van fictieve onroerende zaken) en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de overdrachtsbelasting (artikel 15, lid 1, onderdeel b WBR). Volgens de inspecteur kon de begiftigde de BOF niet toepassen op zijn verkrijging.

 

Materiële onderneming

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde echter dat de BOF wel van toepassing was op deze overdracht van aandelen in een onroerend goed-lichaam als bedoeld in artikel 4 WBR, aangezien er sprake was van een materiële onderneming. Volgens de rechtbank beoogde de wetgever met de BOF alle bedrijfsoverdrachten vrij te stellen die voldoen aan de materiële criteria voor het bestaan van een onderneming. Het begrip onderneming sluit aan bij het ondernemingsbegrip zoals dat in de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in andere wetten wordt gehanteerd. Het gaat dan om een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 van de Wet IB 2001, ook wanneer deze wordt gedreven door een vennootschap of lichaam. De toepassing van de BOF kwam ook niet in strijd met de doelstelling van de regeling voor fictieve onroerende zaken. Als dezelfde materiële onderneming was overgedragen zonder dat deze werd gedreven door een rechtspersoon, was op de overdracht van de onroerende zaken de vrijstelling van toepassing geweest. Het tussengeschoven zijn van een vennootschap leidde in dit geval dus niet tot het vermijden van overdrachtsbelasting. De rechtbank verklaarde het beroep van de begiftigde gegrond.

 

Reactie dr. Aad Rozendal

Taxence vroeg dr. Aad Rozendal (Hoofd Bureau Vaktechniek Fiscaal bij RSM Netherlands Belastingadviseurs) om een reactie op deze uitspraak. “Dit is een hele interessante uitspraak over een actueel vraagstuk. Zoals bekend wordt op dit moment volop gediscussieerd over de vraag of terzake van de schenking of vererving van aandelen in vastgoedvennootschappen een beroep kan worden gedaan op de BOF in de inkomstenbelasting en de successiewet. Indien men in een concreet geval met succes de horde weet te nemen dat de vastgoed-exploitatie als onderneming kwalificeert, dan kan de BOF weliswaar worden toegepast, maar is men in geval van een schenking nog steeds overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de onroerende zaken die door de aandelen wordt vertegenwoordigd. De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de overdrachtsbelasting kan naar de letter van de wet niet worden toegepast op een verkrijging van aandelen in een onroerend goed-lichaam. Ik heb o.a. in het WPNR (zie A. Rozendal, De toegenomen reikwijdte van art. 4 WBR, WPNR 2015/7060, p. 391-397) al bepleit dat deze vrijstelling ook open moet staan voor een dergelijke verkrijging op basis van de zogenoemde doorkijkarresten (zie o.a. Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). De rechtbank bevestigt dit nu dus ook. Deze uitspraak is goed nieuws voor vastgoedfamiliebedrijven die met succes weten aan te tonen dat de vastgoedexploitatie als een onderneming kwalificeert. Het is wel van belang dat men zich realiseert dat de fiscus het hier niet bij zal laten zitten. Ik verwacht dan ook dat er pas definitieve zekerheid over deze kwestie komt als de Hoge Raad in deze zaak een uitspraak heeft gedaan."

 

Wet: artikelen 3.2, 4.17a en 4.17c Wet IB 2001, artikelen 35b en 35c Successiewet, artikelen 4 en 15 WBR

Meer informatie: Rechtbank Noord-Nederland, 12 juli 2016 (gepubliceerd 22 juli 2016), ECLI:NL:RBNNE:2016:3373

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
België moet fiscale voordelen multinationals terugvorderen
Volgende artikel
Reacties RB en NOB op Wet terugvordering staatssteun

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Basiscursus Estate planning

Verdiepingscursus Internationale estate planning

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×