• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Nieuw besluit inzake de toepassing van artikel 10 SW

12 april 2012 door Wencke van Dijk

De Staatssecretaris heeft een nieuw besluit uitgebracht over één van de belangrijkste fictiebepalingen in de Successiewet, artikel 10 SW. Er zijn verschillende situaties denkbaar die onder de toepassing van artikel 10 SW vallen. Het besluit bevat beleid over de toepassing van artikel 10 SW bij gesplitste aankoop, splitsing na aankoop, de vergoeding bij schuldigerkenning uit vrijgevigheid en de overdracht (van de eigen woning) onder voorbehoud van huur.

Gesplitste aankoop, splitsing na aankoop

Tot en met 2009 was het zo dat artikel 10 SW alleen van toepassing was wanneer de erflater zelf de bloot eigendom van een goed had overgedragen. Vanaf 2010 is artikel 10 SW ook van toepassing bij de zogenoemde gesplitste aankoop en bij splitsing na aankoop. Voor wat betreft de gesplitste aankoop kan worden gedacht aan de situatie dat de erflater het vruchtgebruik van een goed koopt, terwijl de kinderen de blote eigendom kopen. Met betrekking tot splitsing na aankoop kan het zo zijn dat de kinderen het goed kopen en vervolgens het recht van vruchtgebruik overdragen aan hun ouders. In het besluit wordt een rekenvoorbeeld gegeven over de toepassing van artikel 10 SW in die situaties. Met name is daarbij van belang de bepaling van het opgeofferde bedrag door de kinderen, omdat die in mindering komt op de waarde van hun verkrijging.

Schuldigerkenningen uit vrijgevigheid

Bij schuldigerkenningen uit vrijgevigheid kan bij het overlijden van de schuldigerkenner ook sprake zijn van een fictieve verkrijging. Het is mogelijk toepassing van artikel 10 SW te voorkomen door een rente van (minimaal) 6% overeen te komen en deze ook daadwerkelijk jaarlijks te betalen Bij eventuele inhaalbetalingen dient een percentage van 6% samengesteld te worden gebruikt. Het komt voor dat vóór 2010 een rente was overeengekomen die lager was dan 6%. Wanneer deze (lagere) rente volgens de toen geldende opvattingen zakelijk was, kan van dit lagere percentage worden uitgegaan.
Voorts is ten aanzien van de rentevergoeding bij schuldigerkenningen bepaald dat een daadwerkelijke jaarlijkse vergoeding van ten minste 6% van het schuldig erkende bedrag altijd volstaat, ook als een zakelijke rente op zich hoger zou zijn dan 6%.

Overdracht (van de eigen woning) onder voorbehoud van huur

Vanaf 2010 dient bij de overdracht een huur te zijn overeengekomen die minimaal 6% van de WOZ-waarde van de woning in onbezwaarde staat bedraagt. In het besluit is een overgangsregeling opgenomen voor de situatie waarin een onroerende zaak vóór 1 januari 2010 was overgedragen onder voorbehoud van een huurrecht. Wanneer de huur op dat moment was vastgesteld op een zakelijke prijs, kan ook na 2010 van die huurprijs worden uitgegaan. Een belangrijke voorwaarde voor deze versoepeling is wel dat de huurprijs zakelijk wordt gehouden tot aan het overlijden. Dit kan bijvoorbeeld door de huursom de trendmatige huurontwikkeling te laten volgen.

Overige maatregelingen/verduidelijkingen

In het besluit is een overgangsregeling opgenomen voor de waarde van woningen die zijn overgedragen vóór 1 januari 2010. Voor de toepassing van artikel 10 SW blijft de waardeaangroei vanaf de datum van de rechtshandeling tot 1 januari 2010 buiten aanmerking. De waardestijging vanaf 1 januari 2010 tot aan het moment van overlijden wordt wel weer in aanmerking genomen voor de bepaling van de omvang van de verkrijging.

De waardestijging die ontstaat door tussentijdse verbeteringen wordt niet in de grondslag van artikel 10 SW betrokken. Een uitzondering hierop is een verbetering die het gevolg is van de omzetting van volle eigendom in vruchtgebruik.

In het besluit wordt een groot aantal voorbeelden gegeven die de toepassing van artikel 10 SW verduidelijkt in voorkomende situaties.

Artikel 10 Successiewet 1956

Meer informatie: Besluit Staatssecretaris van Financiën d.d. 4 april 2012, nr. BLKB2012/103M

Filed Under: Estate Planning, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
EC wil gemeenschappelijke registratieregels voor auto’s
Volgende artikel
Leaserijder kan hogere bijtelling blijven ontlopen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Erven en schenken

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

PE-Pitstop Optimaliseren bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×