• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Werkelijkheid gaat boven vorm bij arbeidsovereenkomst

12 mei 2021 door Remco Latour

sorry we missed you

De materiële werkelijkheid gaat een steeds grotere rol spelen bij het begrip dienstbetrekking in de inkomstenbelasting en het arbeidsrecht. Deze conclusie trekken mr. Léone Bource en mr. Ton Hendriks in een Tax Talks e-learning.

Bource en Hendriks gaan eerst in op het arbeidsrechtelijke begrip werknemer. Binnen het arbeidsrecht is sprake van een werknemer als een bepaalde persoon:

  • valt onder een arbeidsverplichting. Dat betekent dat de desbetreffende persoon de werkzaamheden zelf moet verrichten. Of hij kan deze maar zeer beperkt door een ander laten uitvoeren;
  • is onderworpen aan werkgeversgezag. De werknemer kan theoretisch gezien instructies krijgen over de manier waarop hij de werkzaamheden moet uitvoeren. Bij een zelfstandige kan de opdrachtgever alleen instructies geven over het gewenste resultaat; en
  • recht op een loon heeft. Iedere vorm van betaling voor de arbeid telt daarbij als loon.

Overeengekomen rechten en plichten

Bource en Hendriks verwijzen naar een arrest van de Hoge Raad over de uitleg van het begrip arbeidsovereenkomst. Van belang is of de tussen de partijen overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Zie ook: ‘Wettelijke omschrijving arbeidsovereenkomst doorslaggevend’. Men moet de overeengekomen bepalingen uitleggen op de manier die partijen gezien de omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Praktisch gezien kunnen zaken als het (gebrek aan) kennisniveau en financiële gelijkwaardigheid een rol spelen bij de uitleg van een afspraak. Maar de rechter kan naar veel andere omstandigheden kijken, zoals ook blijkt uit de zaak over de maaltijdbezorgers van Deliveroo. Zie ‘Maaltijdbezorger in dienstbetrekking bij Deliveroo B.V.’.

Werknemersbegrip voor loonbelasting

Het begrip werknemer voor de loonbelasting en premiesvolksverzekeringen sluit in beginsel aan op het arbeidsrechtelijke begrip werknemer. Toch is de fiscale beoordeling deels een zelfstandige beoordeling. Bource en Hendriks leggen uit dat een belastingrechter immers andere bevoegheden heeft en dat het belang verschilt. Het is fiscaal gezien vaak veel aantrekkelijker om als zelfstandige aan de slag te gaan. Bource en Hendriks waarschuwen wel om hierbij op te letten. Misvattingen op het gebied van fiscaal werknemerschap kunnen leiden tot naheffingsaanslagen en boetes. Wel is het zo dat het gebruik van een goedgekeurde modelovereenkomst vooralsnog tot 1 oktober 2021 te eerbiedigen vertrouwen opwekt. Kan de inspecteur echter bewijzen dat de inhoudingsplichtige kwaadwillend is, dan is geen sprake van te honoreren vertrouwen.

Fictieve werknemer

Daarnaast kent de loonbelasting/premies volksverzekeringen de zogeheten ‘fictieve werknemer’. Hoewel een fictieve werknemer niet voldoet aan de voorwaarden voor een echte dienstbetrekking, stelt de inspecteur hem fiscaal wel gelijk met een werknemer. Wat (schijn)zelfstandigen betreft zijn de meest relevante groepen fictieve werknemers:

  • de aannemers van werk;
  • de gelijkgestelden; en
  • de dga’s.

Werknemersverzekeringen

Ten slotte gaan Bource en Hendriks in op de werknemersverzekeringen. Ook daar is het arbeidsrecht leidend. Werknemerschap voor de werknemersverzekeringen leidt ertoe dat in principe WW-rechten en rechten op uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid ontstaan. Overigens bepaalt het UWV bij de uitkering afzonderlijk of er een uitkeringsrecht bestaat. Het enkele feit dat premies zijn afgedragen is dus niet voldoende om voor de uitkering in aanmerking te komen. Verder wijzen Bource en Hendriks erop dat ook de werknemersverzekeringen een aantal fictieve dienstbetrekkingen kennen. Deze fictieve dienstbetrekkingen voor de werknemersverzekeringen lopen gedeeltelijk parallel met die van de loonbelasting. Een uitzondering is bijvoorbeeld degene die uitsluitend arbeid verricht voor rekening en risico van de onderneming waarvan hij dga is. Deze dga valt onder de loonbelasting, maar buiten de werknemersverzekeringen.

Doorprikken management-bv-constructie

Bource en Hendriks zien een toenemende materiële benadering van het begrip dienstbetrekking. In plaats van een schijnwerkelijkheid die de partijen creëren, is het de materiële werkelijkheid die de arbeidsrechtelijke en fiscale consequenties bepaalt. In dit kader ligt het voor de hand aan te nemen dat eveneens meer ruimte bestaat voor het ‘doorprikken’ van de management-bv-constructie. Stel bijvoorbeeld dat men constateert dat tussen de werkverschaffer en de bestuurder van de management-bv een rechtsverhouding aanwezig is. Deze rechtsverhouding krijgt vervolgens de kwalificatie van arbeidsovereenkomst. De aanvankelijk gesloten managementovereenkomst met de management-bv blijft overigens bestaan naast de arbeidsovereenkomst die de bv aanneemt met de bestuurder (als natuurlijk persoon). Tenzij de partijen de managementovereenkomst opzeggen. Ten slotte gelden de regels met betrekking tot de modelovereenkomst en de webmodule evenzeer voor de werknemersverzekeringen als voor de loonbelasting/premies volksverzekeringen.

Meer weten?

Tax Talks is hét online learning platform voor fiscalisten. Wekelijks (40x per jaar) wordt een webinar of e-learning beschikbaar gesteld die u via het online platform kunt bekijken. Na het afronden van de bijbehorende kennistoets ontvangt u een certificaat en PE-punten. Bent u nog geen abonnee? > Neem dan nu een kennismakingsabonnement voor slechts € 95.

Wet: art. 7:610 BW, art. 3 en 4 Wet LB en art. 3 ZW

Besluit: art. 2e, onderdeel f Uitv besl LB

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Autobranche pleit voor snelle invoering rekeningrijden
Volgende artikel
Uitzendregeling niet nodig als partner ambtenaar achterblijft

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

lage inkomens voordeel afgeschaft

Aanpassing en verlenging Richtlijn tijdelijke bescherming tot en met 4 maart 2028 voor ontheemden uit Oekraïne

De Raad van de Europese Unie heeft besloten om de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) met een jaar te verlengen tot en met 4 maart 2028 waardoor ontheemden uit Oekraïne bescherming krijgen in Europese lidstaten.

onbelaste vergoeding auto opladen

Standpunt vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een vergoeding voor ERE-certificaten loon vormt voor de werknemer die een elektrische auto van de zaak thuis oplaadt.

Wet DBA zzp

Standpunt thuiswerkdrempel in Verdrag Nederland-Duitsland

De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft vragen beantwoord over de thuiswerkdrempel in het verdrag Nederland – Duitsland, die sinds 1 januari 2026 van kracht is.

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

thuiswerken

Standpunt budget arbovoorzieningen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen in het geval de werkgever een (maximaal) budget ter beschikking stelt voor de aanschaf van arbovoorzieningen door de werknemer.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×