• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Onzakelijke lening = (belaste) schenking?

16 februari 2017 door

Aan een onzakelijke lening kleeft een dusdanig hoog debiteurenriscico dat een onafhankelijke derde de lening niet zou verstrekken, dan wel slechts tegen een in wezen van de winst afhankelijke rente. Een nog door de Hoge Raad onbeantwoorde vraag is of het verstrekken van een onzakelijke lening een schenking behelst van de schuldeiser aan de schuldenaar

Geen schenking

Deze visie gaat er vanuit dat op het moment van verstrekken van de onzakelijke lening geen sprake is van een schenking. De geldverstrekker verarmt weliswaar, omdat hij een debiteurenrisico aanvaardt dat een derde niet zou aanvaarden, maar de geldnemer verrijkt niet. De geldnemer moet immers nog steeds de volledige hoofdsom van de lening terugbetalen. Is de onzakelijke lening uiteindelijk waardeloos geworden en scheldt de geldverstrekker de lening daarom kwijt, dan is evenmin sprake van een schenking. De schuldeiser verarmt immers niet, ervan uitgaande dat vordering waardeloos is.

Wel schenking

De andere opvatting gaat ervan uit dat op het moment van verstrekken van de onzakelijke lening wel sprake is van een schenking. De geldverstrekker verarmt immers omdat hij een debiteurenrisico aanvaardt dat een derde niet zou aanvaarden. De schuldenaar wordt echter ook verrijkt. Hoewel de schuldenaar de volledige vordering moet terugbetalen, is door het te hoge debiteurenrisico de werkelijke waarde van de schuld namelijk lager dan de nominale waarde. Het feit dat de schuld op de fiscale balans wordt gesteld op de nominale waarde doet daar niet aan af.

De vervolgvraag is dan wat de omvang van de schenking is. Aangenomen wordt wel dat voor het verschil tussen de werkelijke waarde en nominale waarde sprake is een bevoordeling. Als bijvoorbeeld een geldlening wordt verstrekt van € 100.000, terwijl een derde maximaal € 70.000 wil financieren, wordt een schenking aangenomen voor € 30.000. Bij deze visie wordt dus op het moment van het verstrekken van de lening een schenking aangenomen voor € 30.000.

Een andere visie is die waarbij sprake is van een schenking ‘onder opschortende voorwaarde’. Op het moment van verstrekken van de lening is sprake van een schenking, onder de opschortende voorwaarde dat het onzakelijke debiteurenrisico zich voordoet. Doet het debiteurenrisico zich inderdaad voor dan wordt schenkbelasting berekend over het oninbare deel van de lening.

Belang praktijk

Op dit moment is onduidelijk of het verstrekken van een onzakelijke lening een schenking is in de zin van de schenkbelasting. Het is dus nog even afwachten wat de Hoge Raad hier over zegt. Voor de praktijk is wel van belang dat cliënten op dit mogelijke risico worden gewezen.

Op 8 maart 2017 verzorgt mr. Almer de Beer de PE-Pitstop Onzakelijke lening. Een ideale cursus om in een korte tijd uw kennis van de onzakelijke lening te verdiepen of op te frissen!

> Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Blogs, BV & DGA

Reageer
Vorige artikel
It giet oan
Volgende artikel
Uitstapwaarde tbs is gebaseerd op huurwaarde pand

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

crypto box 3 jongere

Opinie | Naar een EU-belasting voor cryptoactiva?

In deze NTFR Opinie bespreekt prof. mr. dr. Dennis Post het onderzoek van de Europese Commissie naar een EU-belasting op cryptoactiva. De auteur bespreekt de twee onderzochte varianten (een transactiebelasting en een vermogenswinstbelasting) en plaatst deze in de context van belastingheffing over cryptoactiva in Nederland.

Opinie | De Belastingdienst weet het al: over gegevensdeling en informatieplichten

De Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’) droeg de Belastingdienst op te stoppen met het gebruik van het BSN in betalingskernmerken en vorderingsnummers. In de discussie daarna draaide het steeds om de vraag hoeveel de Belastingdienst van burgers mag weten. Dat is te eenzijdig volgens mr. S. El Oiskhiri want de Belastingdienst beschikt al over burgergegevens. Een andere... lees verder

bfi's

Opinie | Waarom de Hoge Raad de zaak NEO in de gaten moet houden

Bij een uitdeling door een dochtervennootschap aan een in een lidstaat of verdragsstaat gevestigde moedervennootschap geldt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting, tenzij sprake is van misbruik. Wat precies misbruik vormt is nog niet geheel duidelijk. We weten dat sprake is van misbruik als de belastingplichtige de vrijstelling door een gekunstelde constructie wil veiligstellen terwijl toepassing van de vrijstelling in dat geval in strijd is met het doel van de EU-Moederrichtlijn (‘MDR’). Het probleem is dat we niet precies weten in welke gevallen het doel van de MDR wordt ondermijnd. De Hoge Raad had de Belgische-houdsterzaken daarom moeten verwijzen naar het HvJ.  Prof. dr. Otto Marres verwacht dat het HvJ in de zaak NEO wat meer zal uitweiden over wat nu precies richtlijnondermijnend is.

Standpunt over creëren schuldvordering bij afsplitsing

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of het bij een afsplitsing creëren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

overgang pensioen

Geen onrechtmatig handelen inspecteur, geen schadevergoeding

Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van een bv om vergoeding van materiële en immateriële schade af. Omdat de aan de bv en haar dga opgelegde aanslagen terecht zijn, valt niet in te zien dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Verdiepingscursus DGA-advisering

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

AGENDA

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×