• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Beleid Belastingdienst bij overgaan kunstvoorwerpen

25 juli 2019 door Anne-Marie Noordenbos

De toepassing van de betalingsregeling bij mede-eigendom is omgeven met zoveel vragen, dat geadviseerd wordt de huidige regelgeving alleen toe te passen in zeer overzichtelijke partnersituaties. Dit staat in een van de openbaar gemaakte documenten over het beleid van de Belastingdienst bij het overgaan van cultuur- en kunstobjecten.

De Successiewet biedt de mogelijkheid om erfbelasting te betalen met een kunstvoorwerp van nationaal cultuur- of kunsthistorisch belang. Het kunstvoorwerp moet onderdeel uitgemaakt hebben van de nalatenschap waarover de erfbelasting is geheven. De erfrechtelijke verkrijgers kunnen het voorwerp ter betaling aanbieden. 120% van de waarde van het voorwerp mag voor de betaling van de erfbelasting worden aangewend. Of een kunstvoorwerp cultuur- of kunsthistorisch voldoet voor toepassing van de betalingsregeling wordt beoordeeld door een adviescommissie. De betaling wordt vormgegeven doordat het kunstvoorwerp door de erfrechtelijk verkrijger(s) in eigendom wordt overgedragen aan de staat waarna kwijtschelding van erfbelasting plaatsvindt tot een bedrag  van 12O% van de waarde van het kunstvoorwerp. Is de waarde van het kunstvoorwerp (Inclusief de opslag van 20%)  hoger  dan de verschuldigde erfbelasting, dan vindt geen compensatie plaats voor de ‘overwaarde’, tenzij OCW een  dergelijke compensatie voor zijn rekening zou nemen.

 

De adviescommissie ontvangt per jaar niet meer dan 20 verzoeken om toepassing van de regeling.

Meer informatie: Besluit op Wob-verzoek om beleidsdocumenten Belastingdienst over overgaan cultuur- en kunstobjecten, 12 juli 2019

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Hoge Raad bevestigt asymmetrie middellijk lucratief belang
Volgende artikel
Webcamsessie ter vermaak belast in land van organisator

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Basiscursus Estate planning

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×