Het kabinet erkent de spanning tussen betaalbaarheid en investeringsbereidheid op de huurmarkt. Eventuele aanpassingen van de Wet betaalbare huur zijn gericht op het op peil houden van het aanbod van betaalbare middenhuurwoningen en niet op op individuele vermogensvorming.
Bij het aanpassen van huurprijsregulering is sprake van een duidelijke afruil tussen de betaalbaarheid van huurwoningen en de investeringsbereidheid van investeerders. Het kabinet wil de wet- en regelgeving en het fiscale klimaat zodanig vormgeven dat het investeringsklimaat verbetert en het aanbod van huurwoningen kan toenemen. Tegelijk blijft het uitgangspunt dat middeninkomens betaalbaar moeten kunnen wonen.
De minister benadrukt dat een betere businesscase voor particuliere verhuurders geen doel op zich is, maar een middel om verhuur rendabel te houden en het aanbod te bevorderen. Eventuele aanpassingen aan de huurprijsregulering zijn daarom gericht op het op peil houden van het aanbod van betaalbare huurwoningen voor middeninkomens.
Afrekening tussen huurders, overheid en eigenaren
Uit onderzoek van SEO blijkt dat een beter investeringsklimaat altijd een prijs heeft. Deze kan worden gedragen door huurders, de overheid of eigenaar-bewoners. Een betere aansluiting van gereguleerde huren op de marktwaarde kan de beschikbaarheid van huurwoningen vergroten, maar gaat ten koste van de betaalbaarheid voor huurders in het middenhuursegment.
Daarnaast blijkt dat het rendement en de financiering van investeerders uiteenlopen. Zo varieert het aandeel vreemd vermogen van 0% tot 70%, met een gemiddeld vereist rendement van 6,4% en 9,2% voor investeerders die deels met vreemd vermogen financieren.
Rol van beleggers en woningvoorraad
De verhuurmarkt bestaat uit diverse typen investeerders. Volgens gegevens van het Kadaster is 5,67% van de woningvoorraad in bezit van bedrijfsmatige beleggers en 3,34% van particuliere beleggers. Het aandeel particuliere beleggers neemt af, terwijl bedrijfsmatige investeerders licht toenemen.
Het kabinet benadrukt dat risico’s van financiering met vreemd vermogen bij verhuurders zelf liggen. Tegelijk blijft het beleid gericht op het bevorderen van het aanbod van betaalbare huurwoningen, en niet op individuele vermogensvorming. De minister wil in april de Kamer nader informeren over de
ontwikkelingen op de huurmarkt en eventuele aanpassingen in de Wet betaalbare huur.
Bron: Antwoorden op Kamervragen over investeringsklimaat middenhuur, nr. 2026-0000116406, Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2 april 2026.




Geef een reactie