• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Heffingsrecht termijnen loonstamrecht aan Nederland

25 november 2021 door Michel Halters

Heffingsrecht over termijnen uit een loonstamrecht aan een in het VK wonende dga komt toe aan Nederland. Het loonstamrecht is geen pensioen of andere soortgelijke uitkering waardoor het heffingsrecht aan het VK zou toekomen.

Vanaf 1 oktober 2015 hield een dga rechtstreeks aandelen in een eigen bv. Deze dga was inwoner van het VK en kreeg in 2000 een ontslagvergoeding vanwege de beëindiging van zijn in Nederland uitgeoefende dienstbetrekking als statutair directeur. De ontslagvergoeding bedroeg € 113.445 (NLG 2,5 miljoen). De voormalige werkgever, de bv en de dga sloten een stamrechtovereenkomst. Hierin stond dat de dga vanaf zijn 65e verjaardag recht kreeg op periodieke uitkeringen. In 2018 vroeg de gemachtigde van de bv aan de Belastingdienst wat de gevolgen zouden zijn als de bv zou worden geliquideerd. Daarbij stelde de gemachtigde zich op het standpunt dat de Belastingdienst de afkoop van het stamrecht niet meer zou kunnen belasten. Vervolgens legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen LB op met verzuimboeten over de jaren 2014 tot en met 2018.

Het geschil

In geschil bij Rechtbank Noord-Holland is de vraag of het stamrecht vóór 2014 al is afgekocht en als de Belastingdienst de afkoopsom of de termijnen nog kan belasten, of het heffingsrecht niet aan het VK toekomt.

Feitelijke afkoop vóór 2014 niet aannemelijk gemaakt

De bv stelde dat feitelijk het stamrecht al vóór 2014 is afgekocht en wel door het verstrekken van leningen op onzakelijke gronden in 2004 of 2009. De rechtbank oordeelt dat het erom gaat of de middelen blijvend aan het vermogen van de bv zijn onttrokken en door de dga zijn genoten. Volgens de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat reeds in 2004 of 2009 het economisch eigendom van de aandelen in de bv bij de dga berustte. Ook kan niet worden vastgesteld dat de dga feitelijk de beschikkingsmacht over de stamrechtgelden had verkregen. Bovendien merkt de rechtbank op dat de stamrechtverplichting in de onderscheiden jaren steeds in de jaarrekening was vermeld en in de aangifte vennootschapsbelasting. Ook de leningen stonden steeds als volwaardig op de balans van de bv. Dit staat op gespannen voet met de stelling van de bv dat het stamrecht al vóór 2014 zou zijn afgekocht.

Heffingsrecht stamrechttermijnen aan Nederland

De rechtbank volgt de inspecteur in zijn stelling dat de stamrechttermijnen jaarlijks vorderbaar en inbaar zijn. Daardoor zijn de termijnen in fiscaal opzicht genoten. De ontslagvergoeding ziet op achterstallig salaris en inkomstenderving voor toekomstige jaren. De rechtbank constateert dat de dga 50 jaar oud was toen hij de ontslagvergoeding kreeg, dus was hij nog in staat om inkomen te genereren. Volgens de rechtbank is het stamrecht daarom geen pensioen, zodat het heffingsrecht over de termijnen op grond van het belastingverdrag met het VK aan Nederland toekomt. De uitkeringen zijn volgens artikel 14 of 15 van het verdrag in Nederland belast.

Verzuimboetes terecht

De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslagen LB over 2014 tot en met 2018 terecht zijn opgelegd. Ook de verzuimboetes zijn terecht. De bv kan niet aantonen dat voor het niet afdragen van de verschuldigde loonheffingen over voornoemde jaren sprake is van afwezigheid van alle schuld.

Wet: art. 11 lid 1 letter g Wet LB (tekst 2013)

Belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk: art. 14, 15 en 17

Bron: Rechtbank Noord-Holland 1 november 2021 (gepubliceerd 22 november 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:10627, HAA 20/4120

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Loonbelasting, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen doorzendplicht bij bewust verkeerd versturen machtiging
Volgende artikel
Rendementen box 3 in 2022

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Structureel verliesgevende bezorgactiviteit geen bron van inkomen

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat bezorgwerkzaamheden geen bron van inkomen vormen als een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt. De inspecteur mag het verlies daarom buiten aanmerking laten.

arbeidsrecht

Kabinetsreactie evaluatie werkkostenregeling: aanpassing belastingvrije personeelskorting

Het kabinet wil de werkkostenregeling (WKR) verder vereenvoudigen en de administratieve lasten voor werkgevers verminderen. Naar aanleiding van de evaluatie door SEO Economisch Onderzoek worden verschillende aanpassingen onderzocht of voorbereid.

IVA-uitkering

Aanpassing samenvoegbepaling en eindheffing WIA-vergoeding

Staatssecretaris Eerenberg heeft een conceptregeling met een wijzing van de loonbelasting naar de Tweede Kamer gestuurd.

Looneis 30%-regeling ziet ook op vastgelegd vervolgsalaris

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat voor de looneis van de 30%-regeling niet alleen het tijdelijke opleidingsloon telt. Omdat bij indiensttreding al vaststaat dat de helikopterpiloot na haar opleiding een hoger salaris krijgt, voldoet zij aan de looneis.

Personal training dga valt onder arbovrijstelling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de kosten voor personal training en een sportschoolabonnement van de dga onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vallen. Dat geldt alleen voor de dga zelf en niet voor het abonnement van zijn partner, die geen werknemer is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×