• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Ik-opa-last is geen legaat

7 juli 2014 door Remco Latour

Als een grootouder zijn kinderen als erfgenamen verplicht om een bedrag schuldig te erkennen aan de kleinkinderen, is deze zogeheten ik-opa-last belast bij de kleinkinderen als hun ouders overlijden. Rechtbank Den Haag heeft de stelling dat de ik-opa-last moet worden aangemerkt als een legaat verworpen.

In de zaak voor de rechtbank had een erflater vóór zijn overlijden in 1999 in zijn testament een ik-opa-bepaling opgenomen. Toen de zoon van de erflater in 2010 overleed, stelde de inspecteur dat de ik-opa-last bij de kleinkinderen van de erflater was belast als fictieve verkrijging. Een kleinzoon wilde de ik-opa-last aanmerken als legaat. De last zou dan namelijk worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus het bedrag dat de vader had geërfd in 1999. De grondslag voor de erfbelasting zou dan aanzienlijk lager uitpakken. Volgens de rechtbank bleek uit de wetsgeschiedenis dat het standpunt van de kleinzoon onjuist was. De inspecteur had de ik-opa-last terecht aangemerkt als een fictieve verkrijging en het negende lid van artikel 10 van de Successiewet 1956 buiten beschouwing gelaten. Toch verklaarde de rechtbank het beroep van de zoon gegrond. De Belastingdienst moest bij de berekening van de erfbelasting voor de kinderen namelijk ook rekening houden met de last van vruchtgebruik ten gunste van de moeder. Dit vruchtgebruik was voor haar immers een belaste verkrijging.

 

Wet: artikel 10, eerste en negende lid SW 1956

Meer informatie: Rechtbank Den Haag, 3 juni 2014 (gepubliceerd 2 juli 2014), ECLI:NL:RBDHA:2014:8012

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Storten en verbranden van afval vanaf 2015 belast
Volgende artikel
Kabinet ziet af van verdere uitwerking en invoering winstbox

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schuldigerkenning en box 3

BOR geldt ook voor procentuele toename na aandeleninkoop

Rechtbank Noord-Nederland vernietigt een aanslag schenkbelasting van € 52.501. De bedrijfsopvolgingsregeling is volledig van toepassing op een schenking van certificaten, ook al is het procentuele belang van de schenker door een eerdere aandeleninkoop door de bv vergroot.

Legitieme portie geeft geen vordering of renteaftrek

De Hoge Raad oordeelt dat een beroep op de legitieme portie leidt tot een goederenrechtelijke aanspraak en niet tot een vordering op de langstlevende ouder. Daardoor is geen sprake van een schuldig gebleven erfdeel en is er geen recht op oprenting.

coronakorting voor hotel

Bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt niet bij overdracht via bv-structuur

De Hoge Raad oordeelt dat de vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging niet geldt als de overdracht via bv’s loopt. De zogenoemde doorkijkarresten maken dit niet anders, omdat zij niet zien op de persoon van de verkrijger.

sociaal belang

Giften aan sportverenigingen en fiscale mogelijkheden

Een uitbreiding van de giftenaftrek met eenmalige giften aan sportverenigingen is niet in lijn met de ambitie van het kabinet om het belastingstelsel te vereenvoudigen.

fiscale wijzigingen 2026

Termijn belastingrente erfbelasting volgens wettekst leidend

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de duidelijke wettekst van art. 30g AWR leidend is bij de uitleg van de termijn voor belastingrente. Een verzoek om een voorlopige aanslag dat tijdig volgens die tekst is ingediend, voorkomt belastingrente.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Congres Estate Planning 2026

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×