• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Inspecteur heeft stel- en bewijsplicht ongebruikelijkheid

16 juli 2019 door michel halters - jan-bertram rietveld

Is de inspecteur van mening dat een werkgever een bepaalde vergoeding of verstrekking niet kan aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, omdat dit ongebruikelijk is? Dan moet volgens de Hoge Raad de inspecteur zijn standpunt met feiten en omstandigheden onderbouwen. Met een reactie van mr. Jan-Bertram Rietveld, loonbelastingspecialist van EY.

Een B.V. heeft in het kader van haar aandelenplan in 2012 en 2013 aan haar groepsraadsleden aandelen toegekend. De B.V. wenst deze toegekende aandelen aan te merken als eindheffingsbestanddelen onder de werkkostenregeling. Hof Amsterdam 25 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:169, zie hierover uitgebreider: ‘Aandelenplan kwalificeert niet als eindheffingsbestanddeel’, heeft de B.V. in het ongelijk gesteld. Naar aanleiding van het cassatieberoep van belanghebbende zet de Hoge Raad eerst de werkkostenregeling van 2012 en 2013 uiteen, waarbij wordt vermeld dat voor de toepassing van de werkkostenregeling geen plaats is indien niet wordt voldaan aan de gebruikelijkheidstoets.

 

Bewijslastverdeling

Volgens de Hoge Raad brengt een redelijke bewijslastverdeling mee dat de inspecteur die het standpunt inneemt dat, gelet op de gebruikelijkheidstoets, de door een inhoudingsplichtige aangewezen vergoedingen of verstrekkingen niet als eindheffingsbestanddeel zijn aan te merken, de stelplicht en bewijslast heeft. Aan deze stelplicht kan niet worden voldaan door uitsluitend te verwijzen naar de door de Belastingdienst gehanteerde doelmatigheidstoets van € 2.400 per werknemer per jaar. Hoewel de wetsgeschiedenis van de werkkostenregeling nauwelijks aanknopingspunten biedt over de wijze waarop aan de stelplicht kan worden voldaan, ligt het voor de hand dat hierbij ook voor 2012 en 2013 onder andere als gezichtspunten in aanmerking kunnen komen, zoals is toegelicht voor de per 1 januari 2016 geldende gebruikelijkheidstoets, de gebruikelijkheid van de aanwijzing van een vergoeding of verstrekking als eindheffingsbestanddeel, vergelijkingen met de werkkostenregeling voor andere werknemers van dezelfde werkgever, en vergelijkingen met werkkostenregelingen voor collega’s van de werknemer in dezelfde functiecategorie bij dezelfde werkgever en voor werknemers bij andere werkgevers. Hieruit volgt dat, anders dan het hof heeft geoordeeld, de reikwijdte van de werkkostenregeling niet is beperkt tot vergoedingen en verstrekkingen die naar algemeen maatschappelijke opvattingen een zuiver zakelijk of een gemengd karakter hebben. De Hoge Raad verwijst de zaak voor een nieuwe behandeling van de vraag of aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan. Na verwijzing dienen partijen gelegenheid te krijgen hun stellingen aan te passen aan de hiervoor geformuleerde gezichtspunten voor de toepassing.

 

Commentaar mr. Jan-Bertram Rietveld

Het tarief van 80% in de werkkostenregeling is lager dan het gebruteerde toptarief. Dan is het begrijpelijk dat werkgevers waar mogelijk zullen kiezen voor het lagere tarief. Het is ook begrijpelijk dat de wetgever oneigenlijk gebruik van die keuze wil tegengaan. Dat heeft de wetgever gedaan door in de werkkostenregeling te bepalen, dat vergoedingen en verstrekkingen niet als werkkosten kunnen worden aangewezen, als deze ‘niet gebruikelijk’ zijn. Volgens de toelichting moet dan aan extreme situaties worden gedacht.

 

Dat gebruikelijkheidscriterium is een eigen leven gaan leiden. Dit is mede ingegeven door de zogenoemde doelmatigheidsgrens die de Belastingdienst heeft geïntroduceerd. Die houdt in dat de Belastingdienst tot  € 2.400 per werknemer per jaar aanneemt dat er aan het gebruikelijkheidscriterium is voldaan. Daarboven is dat dan niet zeker meer. Veel werkgevers hebben er hun vingers niet aan durven branden om loonbestanddelen boven die € 2.400 als werkkosten aan te wijzen.

 

De Hoge Raad brengt de gebruikelijkheid weer terug waarvoor deze bedoeld is. De vraag is niet of een loonbestanddeel wel gebruikelijk is, maar of de inspecteur kan bewijzen dat deze ongebruikelijk hoog is. De € 2.400, op zich een praktische regeling, erkent de Hoge Raad niet als magische grens. Sterker nog: de Hoge Raad voegt toe dat de toelichting maar weinig aanknopingspunten kent om te kunnen stellen dat een vergoeding of verstrekking ongebruikelijk is.

 

Het gebruikelijkheidscriterium is met ingang van 2016 iets gewijzigd: niet meer moet worden bekeken of de hoogte van een vergoeding of verstrekking ongebruikelijk is, maar of aanwijzen al dan niet gebruikelijk is. Dit zal mogelijk tot nieuwe discussies leiden, maar duidelijk is dat de Hoge Raad wil, dat het gebruikelijkheidscriterium wordt beoordeeld naar zijn doel: bestrijden van misbruik van de werkkostenregeling.

 

Het tweede element dat nu duidelijk is: deze casus ging over aanwijzen van aandelen. Aandelen die ter beloning werden gegeven. Het hof meende dat de werkkostenregeling alleen maar geldt  voor zwak loon, oftewel zakelijke vergoedingen en verstrekkingen die mede een privé-voordeel opleveren. De Hoge Raad vindt de aard van het loon niet van belang en beslist dat ook beloningsloon de werkkostenbak in mag.

 

Wet: art. 10, 31, 31a Wet LB 1964 (tekst 2013)

 

Zie ook: Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1198 

 

Meer weten?

Mr. Jan-Bertram Rietveld verzorgt dinsdag 5 november 2019 samen met mr. Petra Pleunis een Masterclass over de werkkostenregeling. > Meer informatie en aanmelden

Meer informatie: Hoge Raad 5 juli 2019 (gepubliceerd 12 juli 2019), ECLI:NL:HR:2019:1050

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Wetsvoorstel meldplicht grensoverschrijdende constructies
Volgende artikel
Verkoper van B.V. toch eerder aansprakelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

thuiswerken

Standpunt budget arbovoorzieningen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen in het geval de werkgever een (maximaal) budget ter beschikking stelt voor de aanschaf van arbovoorzieningen door de werknemer.

loonkloof

Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en Regeling loonbelastingen premietabellen 1990

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990. De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van een eindheffing voor de eenmalige WIA-vergoeding wegens een onjuist dagloon en de aanpassing van de samenvoegbepaling voor socialezekerheidsuitkeringen die via de werkgever worden uitbetaald.

jongeren; studenten

Standpunt vrijstelling scholingskosten studietoelagen kinderen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een werkgever de gerichte vrijstelling voor scholingskosten kan toepassen op een studietoelage aan het kind van de werknemer.

dga; directeur; geld lenen; bv

Standpunt gebruikelijk loon niet reële overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling als sprake is van een niet reële overeenkomst van opdracht. Het standpunt KG:204:2022:21 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×