De consultatieversie van het Besluit loontransparantie mannen en vrouwen werkt onderdelen uit van de Wet implementatie Richtlijn loontransparantie uit. Het besluit geeft vooral nadere regels voor de rapportageverplichting van werkgevers met ten minste 100 werknemers en voor het recht van werknemers om informatie over beloning op te vragen.
Een belangrijk onderdeel betreft de definities van brutoloon, basisloon en aanvullende of variabele looncomponenten. Om de administratieve lasten te beperken, sluit het besluit zoveel mogelijk aan bij gegevens die werkgevers al aanleveren via de loonaangifteketen. Het brutoloon wordt gebaseerd op het fiscale loon (loon LB/PH), gecorrigeerd voor opgebouwde en uitbetaalde vakantiebijslag en arbeidsvoorwaardenbudgetten. Hierdoor wordt voorkomen dat incidentele uitbetalingen een vertekend beeld geven van de beloning.
Aanvullende of variabele looncomponenten omvatten voornamelijk incidentele, belastbare vergoedingen zoals bonussen, overwerkvergoedingen, vakantiegeld en een dertiende maand. Onbelaste vergoedingen binnen de werkkostenregeling, zoals kerstpakketten, reiskostenvergoedingen en bepaalde opleidingskosten, worden niet meegenomen in de loonrapportage. Deze keuze is gemaakt vanwege de beperkte vergelijkbaarheid en om de uitvoerbaarheid te vergroten.
Voor uitzendkrachten en andere ter beschikking gestelde arbeidskrachten geldt een aparte systematiek. De inlener moet over deze groep rapporteren, waarbij de uitlener de benodigde looninformatie moet aanleveren. Alleen looncomponenten die aan de betreffende opdracht kunnen worden toegerekend, worden meegenomen.
Berekenen loonkloof
Het besluit legt ook vast hoe de loonkloof moet worden berekend. Deze wordt uitgedrukt als het verschil tussen het gemiddelde loon van mannen en vrouwen, gedeeld door het gemiddelde loon van mannen en vermenigvuldigd met 100. De berekening wordt zowel uitgevoerd op basis van brutojaarloon als bruto-uurloon.
De rapportageverplichting wordt gefaseerd ingevoerd. Werkgevers met 150 of meer werknemers moeten uiterlijk op 7 juni 2028 voor het eerst rapporteren over het kalenderjaar 2027. Werkgevers met 100 tot 149 werknemers moeten uiterlijk op 7 juni 2031 voor het eerst rapporteren over 2030. Werkgevers met 250 of meer werknemers rapporteren jaarlijks; werkgevers met 100 tot 249 werknemers eens per drie jaar.
Daarnaast bevat het besluit regels over toezicht en openbaarmaking. Onderzoeken van de Nederlandse Arbeidsinspectie en eventuele sancties worden openbaar gemaakt op de website van de Arbeidsinspectie en blijven daar maximaal drie jaar zichtbaar. Daarmee wordt transparantie bevorderd, terwijl de belangen van betrokken ondernemingen worden meegewogen. De internetconsultatie staat open tot en met 31 juli 2026.





Geef een reactie