• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Lijfrentevoorzieningen in de praktijk

8 mei 2018 door Michel Halters

Afkoop van een lijfrenteproduct leidt in beginsel tot directe belastingheffing over de waarde van de lijfrente bij de begunstigde. Ook is de begunstigde in de regel 20% revisierente verschuldigd. Soms echter is bij afkoop geen revisierente verschuldigd of kan men gebruik maken van de tegenbewijsregeling.

Voor de gevolgen van afkoop van een lijfrente is belangrijk een onderscheid te maken tussen lijfrentepolissen die zijn afgesloten voor 1 januari 1992 (zogeheten pre- Brede Herwaarderingsregime) en polissen na deze datum (Brede Herwaarderingsregime). Afkoop van een lijfrentepolis gesloten voor 1 januari 1992 leidt weliswaar tot belastingheffing over de waarde, maar over deze waarde is de rechthebbende geen revisierente verschuldigd. Bij afkoop van een polis afgesloten na 1 januari 1992 is naast inkomstenbelasting over de waarde in de regel ook nog eens 20% revisierente verschuldigd.

 

Soms bij afkoop geen revisierente

In twee gevallen is bij afkoop van een polis afgesloten na 1 januari 1992 geen revisierente verschuldigd. Dit is het geval bij afkoop van een kleine lijfrente, dat wil zeggen een lijfrente waarvan de afkoopwaarde € 4.351 of minder is in 2018. Ook is het mogelijk een lijfrente af te kopen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. De belangrijkste voorwaarden daarbij zijn dat de arbeidsongeschiktheid blijkt uit een verklaring van een arts dan wel aannemelijk is dat de gerechtigde periodieke uitkeringen gaat ontvangen van privaat- of publiekrechtelijke instanties vanwege arbeidsongeschiktheid. Daarbij is verder van belang dat jaarlijks niet meer dan € 40.644 mag worden ontvangen. Is het gemiddelde van de premiegrondslag voor het bepalen van de jaar- en reserveringsruimte vermeerderd met de AOW-franchise van het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande jaar hoger dan € 40.644? Dan is de maximaal te ontvangen uitkering voornoemde gemiddelde premiegrondslag vermeerderd met AOW-franchise.

 

Revisierente soms minder dan 20%

Bij afkoop van een lijfrente afgesloten na 1 januari 1992 bedraagt in beginsel de revisierente 20%. Onder voorwaarden is de revisierente lager en kan de gerechtigde gebruikmaken van de zogeheten tegenbewijsregeling. Deze tegenbewijsregeling is alleen van toepassing als de afkoop van de lijfrente gebeurt binnen tien jaar na het afsluiten van de lijfrente. De revisierente is in dat geval het bedrag van de verschuldigde belastingrente over de in het verleden in aftrek gebrachte premies.

 

Fictieve afkoop

Als een lijfrente op de contractueel overeengekomen datum nog niet tot uitkering van termijnen komt, heeft een gerechtigde tot en met 31 december van het jaar volgend op het jaar van de contractueel overeengekomen einddatum de tijd om aan te geven wat hij wil. Bij overlijden hebben de gerechtigden tot  31 december van het tweede jaar volgend op de contractueel overeengekomen datum bij overlijden. Doet de gerechtigde niets dan komt de polis fictief tot uitkering.

 

Meer informatie

Erik van Toledo geeft op Tax Talks in de Focusuitzending ´Lijfrentevoorzieningen in de praktijk´ aan tot welke vervelende gevolgen een fictieve afkoop van een lijfrente kan leiden. Ook behandelt hij de versoepelingen waarmee het Verbond van Verzekeraars voor geëmigreerde polishouders is gekomen op 23 februari 2018. Bent u nog geen abonnee? Neem dan nu een kennismakingsabonnement voor slechts € 49!

 

Kijk hieronder naar een compilatie van de uitzending

 

Wet: art. 3.133 Wet IB 2001, art. 18 Uitv.Reg. IB 2001 en art. 30i AWR

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Renteaftrek vergt parallellie interne en externe lening
Volgende artikel
Twee B.V.’s voor rechtsbijstandsvergoeding te vereenzelvigen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verlies op certificaten

Tweede NnavV Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet houdt vast aan de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het wetsvoorstel belast het werkelijke rendement uit sparen en beleggen en moet een einde maken aan de tekortkomingen van het huidige forfaitaire stelsel. Tegelijkertijd benadrukt staatssecretaris Eerenberg dat de voorgestelde vermogensaanwasbelasting slechts een tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting.

kapitaalverlies

Herverdeling box 3 onmogelijk na onherroepelijke aanslag

De Hoge Raad oordeelt dat fiscale partners de verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet meer kunnen wijzigen als hun aanslagen al onherroepelijk vaststaan. Achterwaartse verliesverrekening maakt dat niet anders.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Beantwoording Kamervragen CPB-rapport over belastingdruk op inkomens en vermogens

In de beantwoording van Kamervragen over het CPB-rapport De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens onderschrijft staatssecretaris Eerenberg de centrale boodschap van het CPB dat toenemende verschillen in inkomen en vermogen op termijn negatieve gevolgen kunnen hebben voor kansengelijkheid en maatschappelijke welvaart.

rekening courant schuld

Standpunt zerobonds en box 3

De Kennisgroep Inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de fiscale behandeling van zerobonds onder de tegenbewijsregeling box 3.

Wetsvoorstel Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen naar Tweede Kamer

Het wetsvoorstel Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen is ingediend bij de Tweede Kamer.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

AGENDA

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×