Hof Den Haag oordeelt dat een samenwerkingsverband dat ruim 50 woningen volgens een vast renovatieconcept laat opknappen, als eigenbouwer geldt. Daardoor is de verleggingsregeling in de omzetbelasting van toepassing op de renovatiediensten.
Twee personen investeren gezamenlijk in onroerende zaken. Zij kopen tussen 2012 en 2017 ruim 50 vooral gedateerde woningen, laten die renoveren en verhuren de woningen daarna meestal. Soms verkopen zij een woning na renovatie. De renovaties verlopen steeds volgens een vast concept, met dezelfde architect, aannemer, bouwbegeleider en standaardmaterialen van een gelieerde groothandel. De inspecteur merkt het samenwerkingsverband aan als belastingplichtige voor de omzetbelasting en legt naheffingsaanslagen op over 2015 en 2016 t/m 2018. Volgens de inspecteur is het samenwerkingsverband eigenbouwer, zodat de verleggingsregeling geldt voor de diensten van de aannemer. In geschil is vooral of het samenwerkingsverband inderdaad als eigenbouwer moet worden aangemerkt.
Eigenbouwer door algehele leiding
Het hof stelt voorop dat de inspecteur moet bewijzen dat het samenwerkingsverband eigenbouwer is. Omdat de renovaties volledig zijn uitbesteed, komt het erop aan of de algehele leiding bij het samenwerkingsverband ligt. Dat is volgens het hof het geval. De werkwijze is gericht op het moderniseren van panden volgens een standaardconcept. De vennoten bemoeien zich met de indeling van de panden, geven aanwijzingen over onder meer lichtkoepels, badkamers, kastenwanden, dakkapellen, trappen en openslaande deuren, en schrijven voor welke materialen en kleuren moeten worden gebruikt. Ook kopen zij via een gelieerde vennootschap materialen in bulk in. Daarmee zetten zij eigen technische en organisatorische kennis in en treden zij feitelijk op als een hoofdaannemer die het werk volledig uitbesteedt.
Volgens het hof gaat de betrokkenheid verder dan die van een gewone opdrachtgever. Het samenwerkingsverband heeft de algehele leiding over de renovaties, ook al voeren vaste derden het werk uit. Daarom is het hoger beroep van de inspecteur gegrond en blijven de naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2015 en 2016 t/m 2018 in stand.
Wet: art. 24b UBOB
Bron: Gerechtshof Den Haag, 25-03-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:890, BK-25/22 en BK-25/23 | NDFR
GenIA-L jurisprundentieonderzoek
Vind en analyseer relevante rechtspraak in minuten. Een uitspraak van vandaag is vanaf morgen te vinden in GenIA-L!





Geef een reactie