• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Te veel zekerheid stellen is ook niet goed

2 juli 2019 door Remco Latour

Om een vordering fiscaal te mogen afwaarderen moet de verstrekte lening niet alleen zakelijk zijn, maar ook (gedeeltelijk) oninbaar zijn. Van oninbaarheid is geen sprake als voldoende zekerheid is gesteld.

In een zaak voor Rechtbank Gelderland had een B.V. een lening verstrekt aan de eenmanszaak van de zoon van haar dga. De lening was aflossingsvrij en de partijen waren geen looptijd overeengekomen. De dga had wel zekerheid gesteld voor zijn zoon. Eventuele schenkingen en baten uit de nalatenschap die de zoon van zijn vader zou ontvangen zouden eerst worden verrekend met de schuld aan de B.V. Toen de B.V. haar vordering op de zoon wilde afwaarderen, stond de Belastingdienst deze afwaardering niet toe. Voor Rechtbank Gelderland stelt de B.V. dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lening tussen de B.V. en de zoon onzakelijk is. Maar de rechtbank wil eerst de vraag beantwoorden of de vordering wel oninbaar is. De rechtbank constateert dat de zekerheidstelling als gevolg heeft dat geen sprake is van een oninbare vordering. De vader heeft daadwerkelijk zijn zoon diverse bedragen geschonken. De gemaakte afspraken hebben dus reële waarde. Nu de vordering inbaar is gebleven, is geen reden om deze vordering fiscaal af te waarderen.

 

Wet: art. 8, eerste lid Wet Vpb 1969 en art. 3.25 Wet IB 2001

Meer informatie: Rechtbank Gelderland 25 juni 2019 (gepubliceerd 28 juni 2019), ECLI:NL:RBGEL:2019:2820

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Reactie NOB op internetconsultatie Implementatiebesluit UBO
Volgende artikel
Na verwijzing geen compensatie redelijke termijn meer

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Standpunt kwalificatie Curaçaose naamloze vennootschap

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Curaçaose naamloze vennootschap vergelijkbaar is.

Standpunt Schots co-invest fonds en carried interest fonds

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 een co-invest fonds en een carried interest fonds kunnen worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het Financieel Toezicht.

balans

Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd. Het besluit vervangt het eerdere beleidsbesluit en bevat nieuwe standpunten en voorbeelden over de toepassing van de hybridemismatchmaatregelen van afdeling 2.2A Wet Vpb 1969, met name ten aanzien van Amerikaanse CFC-regimes, vaste inrichtingen en cost-plusstructuren.

groene beleggingen

Standpunt ruilarresten

De Kennisgroep winstbepaling heeft een standpunt ingenomen met betrekking tot de ruilarresten.

valuta

Standpunt beoordeling laagbelastheid vrije beleggingen: CFC-heffing telt niet mee

De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft de vraag beantwoord of rekening wordt gehouden met een bij de belastingplichtige geheven CFC-heffing voor de beoordeling of de vrije beleggingen van het lichaam waarin een deelneming wordt gehouden laagbelast zijn. Volgens de Kennisgroep deelnemingsvrijstelling wordt met deze CFC-heffing geen rekening gehouden.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×