Hof Amsterdam oordeelt dat tussen platform Temper en de werkers die via het platform klussen verrichten een uitzendovereenkomst tot stand komt. Daarmee gaat het hof om ten opzichte van de rechtbank, die juist oordeelde dat daarvan geen sprake was.
FNV en CNV stellen de werkwijze van Temper aan de orde. Temper exploiteert een online platform waarop werkers en opdrachtgevers overeenkomsten sluiten over klussen zoals bezorging, schoonmaak en bediening. Volgens de bonden is sprake van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Rechtbank Amsterdam wees de gevorderde verklaring voor recht af; in hoger beroep draait het om de kwalificatie van die relatie.
Sprake van een uitzendovereenkomst
Hof Amsterdam toetst aan art. 7:690 BW en de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest. Temper is nauw betrokken bij de beloning: zij staat geen tarief onder het minimumloon toe en raadt onderhandelen af, waardoor het platform geen loutere bemiddelingssite is. De klussen horen bij de gebruikelijke werkzaamheden van de opdrachtgevers en de werker krijgt vergelijkbare instructies als een gewone werknemer. De werker wordt dus in het kader van het bedrijf van Temper ter beschikking gesteld onder toezicht en leiding van de opdrachtgever, waarbij het formele gezag bij Temper berust.
Het hof oordeelt dat de werker geen commercieel risico loopt en dat ondernemerschap zich niet verhoudt met het gemiddelde uurtarief van € 20,78 in 2025. Het hof wijst de verklaring voor recht over de uitzendovereenkomst toe.
Wet: art. 7:690 BW
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 16-06-2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1612, 200.346.817/01 | NDFR





Geef een reactie