• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Tijdstip intreden betalingsonmacht bij betalingsonwil

19 december 2018 door Michel Halters

Bij ontstaan van betalingsonmacht, moet de mededeling van betalingsonmacht onverwijld na het intreden hiervan worden gedaan. Dit is in beginsel binnen twee weken. Het hof heeft miskend dat in eerste instantie sprake was van betalingsonwil.

Een in België woonachtige dga was aandeelhouder van een Nederlandse B.V. De B.V. liet een aantal aanslagen loonheffingen en omzetbelasting onbetaald. Door aflossingen op een rekening-courantschuld aan haar dga, had de B.V. geen gelden beschikbaar om de verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting te betalen. De dga deed een melding betalingsonmacht, maar deze was volgens de inspecteur te laat ingediend en daarom niet rechtsgeldig. Vanwege de te late melding betalingsonmacht stelde de ontvanger de dga aansprakelijk voor een bedrag van bijna € 1,5 miljoen. In geschil bij de Hoge Raad is of de dga terecht aansprakelijk was gesteld voor de onbetaald gebleven belastingschulden. De Hoge Raad gaat mee in het betoog van de dga dat voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslagen geen sprake is van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil door de aflossingen op de rekening-courantschuld aan de dga. Het hof had moeten vaststellen op welk tijdstip de betalingsonmacht bij de B.V. was ontstaan, nadat sprake was geweest van betalingsonwil.

 

Wet: art. 36 IW 1990

Meer informatie: Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2310

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 21 december 2018
Volgende artikel
Risico’s met fiscale truc om goedkoper elektrisch te rijden

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Filipijnen

Invorderingskosten terecht ondanks bezwaar over 2017

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de ontvanger de invorderingskosten terecht in rekening heeft gebracht. De man had geen uitstel van betaling voor de voorlopige aanslagen IB/PVV 2023 en 2024, ondanks zijn bezwaar tegen de aanslag over 2017. Een man die in de Filipijnen woont, maakt bezwaar tegen zijn aanslag IB/PVV 2017 over box 3 en schrijft... lees verder

onbelaste vergoeding auto opladen

Standpunt vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een vergoeding voor ERE-certificaten loon vormt voor de werknemer die een elektrische auto van de zaak thuis oplaadt.

Wet DBA zzp

Standpunt thuiswerkdrempel in Verdrag Nederland-Duitsland

De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft vragen beantwoord over de thuiswerkdrempel in het verdrag Nederland – Duitsland, die sinds 1 januari 2026 van kracht is.

correctie box 3 Belastingdienst

Vergeten behandelvoornemen is fout die navordering toestaat

De Hoge Raad oordeelt dat het niet stoppen van het geautomatiseerde proces bij het opleggen van de primitieve aanslag een fout in de ruime en neutrale zin van art. 16, lid 2, letter c AWR is. Omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% bedraagt, is de fout kenbaar en mag de inspecteur navorderen.

Vpb-aangifte bv levert nieuw feit op voor navordering dga

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur pas via de aangifte vennootschapsbelasting van de bv over de gegevens beschikt die tot navordering leiden. Omdat de inspecteur het dossier van de bv niet hoeft te raadplegen, beschikt hij over een nieuw feit en mag hij over 2018 tot en met 2020 navorderen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Opleidingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×