Het kabinet erkent dat tweeverdieners bij een gelijk huishoudinkomen vaak minder belasting betalen dan alleenverdieners. Volgens de staatssecretaris is dit het gevolg van de individuele belastingheffing en de progressiviteit van het belastingstelsel, die arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid moeten bevorderen.
De staatssecretaris bevestigt dat een tweeverdienersgezin bij een gelijk brutogezinsinkomen netto meer inkomen overhoudt dan een alleenverdienersgezin. Bij een huishoudinkomen van € 70.000 bedraagt het verschil volgens een rekenvoorbeeld € 15.815 per jaar, oftewel € 1.318 per maand. Daarbij merkt de staatssecretaris op dat dit de meest extreme situatie betreft en dat huishoudens met twee werkende partners doorgaans gezamenlijk meer uren werken dan een eenverdiener met hetzelfde huishoudinkomen.
Volgens de staatssecretaris is de hogere belastingdruk voor alleenverdieners het gevolg van de combinatie van belastingheffing op het niveau van het individu en de progressiviteit van het belastingstelsel. Hierdoor wordt een huishoudinkomen dat door twee personen wordt verdiend tegen een lager marginaal tarief belast dan hetzelfde inkomen dat door één persoon wordt verdiend. De individuele belastingheffing zorgt er volgens het kabinet voor dat werkenden niet worden geconfronteerd met een hogere marginale druk doordat hun partner een relatief hoog inkomen heeft. Daardoor is het voor een minstverdienende partner in de regel financieel lonend om (meer) te werken.
Onbetaalde zorgtaken niet meegewogen
De staatssecretaris benadrukt dat belastingen in de eerste plaats dienen om voldoende inkomsten te genereren voor de financiering van overheidsuitgaven. Daarnaast kunnen belastingen worden ingezet als herverdelingsinstrument en om gedrag te beïnvloeden. Hoewel onbetaalde zorgtaken volgens het kabinet van grote waarde zijn voor de maatschappij en binnen huishoudens, wordt in het fiscale stelsel geen rekening gehouden met de verdeling van onbetaalde zorgtaken en betaalde arbeid. Het waarderen van zorgtaken via het fiscale stelsel ligt volgens het kabinet niet direct voor de hand, gezien het streven naar arbeidsparticipatie en het uitgangspunt dat werken moet lonen.
Geen nieuw onderzoek naar inkomenssplitsing
Het kabinet ziet geen aanleiding om opnieuw onderzoek te doen naar een stelsel van inkomenssplitsing. Daarbij wijst de staatssecretaris erop dat recent nog een variant van een splitsingsstelsel is doorgerekend voor de Eerste Kamer. Een belangrijk nadeel is volgens het kabinet dat een dergelijk stelsel kan leiden tot een hogere marginale druk voor mensen met een goed verdienende partner. Dat kan ten koste gaan van de arbeidsparticipatie en de economische zelfstandigheid, met name van vrouwen.
Daarnaast wil het kabinet het belasting- en toeslagenstelsel vereenvoudigen. Een splitsingsstelsel zou het volgens de staatssecretaris juist moeilijker kunnen maken voor mensen om te begrijpen hoeveel het loont om meer uren te gaan werken.





Geef een reactie