Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een Frans VIE-programma als stage kan kwalificeren. Toch is geen sprake van een ingekomen werknemer, omdat de man niet aannemelijk maakt dat hij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst buiten Nederland woont.
Een man met de Franse nationaliteit werkt van november 2021 tot en met juni 2023 via het Franse VIE-programma, een internationaal stageprogramma voor jonge afgestudeerden, bij een Nederlandse werkgever. Hij ontvangt daarvoor via Business France een maandelijkse vergoeding en een vergoeding voor verblijfskosten in Nederland. Sinds 25 januari 2022 staat hij ingeschreven op een Nederlands adres. Op 26 juni 2023 sluit hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een andere Nederlandse werkgever, waar hij op 1 juli 2023 start. Samen met die werkgever vraagt hij toepassing van de 30%-regeling aan. De inspecteur wijst dat verzoek af. In geschil is of de man uit een ander land is aangeworven.
VIE-programma is stage
De rechtbank oordeelt dat het VIE-programma als stage geldt. Voor de 30%-regeling is niet vereist dat een stage tijdens een studie of opleiding plaatsvindt. De man is niet rechtstreeks in dienst bij de eerste Nederlandse werkgever, zijn werkzaamheden sluiten aan bij zijn masteropleiding en de vergoeding is bedoeld voor de hogere kosten van een buitenlandse stage. Zijn eerdere werkzaamheden in Nederland blokkeren de 30%-regeling daarom niet automatisch.
Woonplaats buiten Nederland ontbreekt
Toch krijgt de man de 30%-regeling niet. Hij moet aannemelijk maken dat hij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst buiten Nederland woont. Dat lukt niet. Franse belastingaangiften en facturen voor zijn Franse woning zijn onvoldoende, omdat hij in Nederland werkt en staat ingeschreven op een Nederlands adres. Ook artikel 10ed UBLB helpt niet, omdat de eerdere werkzaamheden als stage gelden en niet als arbeidsovereenkomst. Het beroep is ongegrond.
Wet: art. 4 AWR, art. 10e en art. 10ed Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-05-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4381, 25/121 | NDFR





Geef een reactie